Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
althans een of meer voorwerpen
De formele voorvragen.
Bewijs
Nadere bewijsoverweging t.a.v. feit 1.
Nadere bewijsoverweging t.a.v. feit 2.
“afkomstig uit enig misdrijf”, is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
(stap I). Van de verdachte mag in dat geval worden verlangd dat hij een verklaring geeft, waaruit blijkt dat de ten laste gelegde voorwerpen
nietvan misdrijf afkomstig zijn
(stap II). Die verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn
(stap III). Als de verdachte een zodanige verklaring geeft, ligt het op de weg van de officier van justitie om nader onderzoek te doen naar die verklaring. Als een dergelijke verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen
(stap IV). Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moet ten slotte worden beoordeeld of ondanks de verklaringen van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is
(stap V).
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een taakstraf voor de duur van 180 uur, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de tijd die verdacht in voorarrest heeft doorgebracht;
- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaar.