De kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant heeft op 9 maart 2026 een beschikking gegeven tot verlenging van het bewind over het vermogen van betrokkene. Het bewind was eerder tijdelijk ingesteld op 17 mei 2021 en zou aflopen op 16 maart 2026. De grondslag van het bewind betreft verkwisting of problematische schulden.
Verzoeker, ZEKER Financiële Zorgverlening B.V., vroeg om verlenging van het bewind. Tijdens een eerder geplande zitting op 25 februari 2026, waarin een wijziging van de grondslag van het bewind naar geestelijke en lichamelijke toestand zou worden besproken, was betrokkene afwezig vanwege een afspraak met zijn kind in een pleeggezin. Tijdens die zitting werd besproken het bewind met zes maanden te verlengen om alsnog een verzoek tot wijziging te kunnen behandelen.
De kantonrechter oordeelt dat het nog te vroeg is voor betrokkene om zelf zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen, ondanks het ontbreken van schulden. Het bewind wordt daarom verlengd tot 16 september 2026. Tevens wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld om samen met de bewindvoerder een nader onderbouwd verzoek tot wijziging van de grondslag in te dienen. De kosten van het bewind mogen volgens de forfaitaire tarieven uit het vermogen van betrokkene worden voldaan.