ECLI:NL:RBOBR:2026:1608

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
C/01/410800 / HA ZA 24-732
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:37 BWArt. 6:58 BWArt. 6:96 lid 2 BWArt. 6:119 BWArt. 6:136 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling koopprijs machine aan Nanobay toegewezen, Smart Material vorderingen afgewezen

In deze civiele procedure staat centraal welke partij, Smart Material of Nanobay, recht heeft op betaling van de koopprijs voor een machine die Mycronic heeft geleverd. De machine werd in 2021 aan Smart Material geleverd, maar zowel Smart Material als Nanobay hebben delen van de koopprijs aan Mycronic betaald. Nanobay trad als tussenkomende partij op en stelde dat zij de rechtmatige koper is van de machine.

De rechtbank beoordeelde de geldvorderingen van beide partijen en concludeerde dat enkel tussen Nanobay en Mycronic een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Smart Material kon onvoldoende aantonen dat zij een geldige koopovereenkomst met Mycronic had gesloten. Mycronic mocht zich op de onzekerheidsexceptie beroepen vanwege de dubbele aanspraken, waardoor rente en incassokosten aan Nanobay niet werden toegewezen.

Verder werd Nanobay eigenaar verklaard van de compressor die Mycronic aan haar moet retourneren. De vorderingen van Nanobay tegen Smart Material werden afgewezen, evenals de stelling dat Smart Material onrechtmatig had gehandeld. Smart Material kreeg wel een tegenvordering toegewezen tot betaling van een bedrag van € 245.418,49 aan Nanobay. De proceskosten werden verdeeld en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Mycronic moet de koopprijs aan Nanobay betalen; vorderingen van Smart Material worden afgewezen; Nanobay wordt eigenaar van de compressor en Smart Material moet aan Nanobay betalen.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/410800 / HA ZA 24-732
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
SMART MATERIAL PRINTING B.V.,
statutair gevestigd en zaakdoende in Enschede,
eisende partij,
verwerende partij in het incident,
verwerende partij in conventie na tussenkomst,
eisende partij in reconventie na tussenkomst,
hierna te noemen: Smart Material,
advocaat: mr. D.J. von Rosenstiel,
tegen
MYCRONIC B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende in Eindhoven,
gedaagde partij,
verwerende partij in het incident,
verwerende partij in conventie na tussenkomst,
hierna te noemen: Mycronic,
advocaat: mr. R.Y.H. Doorduyn,
waarin is tussengekomen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
NB GMBH,
eisende partij in het incident,
eisende partij in conventie na tussenkomst,
verwerende partij in reconventie na tussenkomst,
gevestigd in Gronau (Duitsland),
hierna te noemen: Nanobay,
advocaat: mr. T.W. Konings.

1.De kern van de zaak

1.1.
Het gaat in deze zaak over de vraag welke partij (Smart Material of Nanobay) recht heeft op betaling van de koopprijs voor de machine die aan Mycronic is geleverd.
1.2.
De rechtbank is van oordeel dat Mycronic de koopprijs aan Nanobay moet betalen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in het incident van 2 april 2025 en de daarin genoemde stukken. Bij vonnis in het incident is Nanobay toegelaten als tussenkomende partij;
- de conclusie van antwoord na tussenkomst van Mycronic;
- de conclusie van antwoord na tussenkomst, tevens eis in reconventie van Smart Material, met producties;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie van Nanobay, met producties;
- de mondelinge behandeling van 23 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De advocaten van partijen hebben hun stellingen tijdens de zitting toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. De spreekaantekeningen zijn aan het procesdossier toegevoegd.
2.2.
Voorafgaande aan de mondelinge behandeling zijn door partijen de volgende stukken in de procedure gebracht:
- de akte aanvullende productie, met producties M-32, M-33 en M-34 van Mycronic;
- de akte overlegging nadere producties, met producties 35 tot en met 37 van Nanobay;
- de akte overlegging aanvullende productie, met productie 13 van Smart Material.
Ook deze stukken zijn aan het procesdossier toegevoegd.
2.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
In 2021 heeft Smart Material van Mycronic een robot (met toebehoren) gekocht. Deze robot kan automatisch elektronische printplaten assembleren (de robot wordt hierna genoemd: de machine of de pic en place machine). De machine is door Mycronic aan Smart Material geleverd en (op haar vestigingsadres in Enschede) geïnstalleerd. Mycronic heeft toen ook een op dat adres aanwezige compressor met toebehoren meegenomen (hierna te noemen: de Compressor).
3.2.
Betaling van de koopprijs van (in totaal) € 346.396,14 heeft in delen plaatsgevonden aan Mycronic. Zowel Smart Material als Nanobay hebben een deel van de koopprijs aan Mycronic voldaan:
  • Omstreeks 2 juli 2021 heeft Smart Material een bedrag van € 122.709,25 inclusief btw aan Mycronic betaald (factuur met kenmerk 218060195);
  • Op 25 oktober 2021 heeft Nanobay een bedrag van € 51,011.59 inclusief btw aan Mycronic betaald (factuur met kenmerk 218060319). Bij e-mail van 25 oktober 2021 heeft [C] aan Mycronic geschreven dat de betaling van deze factuur is gedaan “
  • Op 9 december 2021 heeft Smart Material een bedrag van € 245,418.49 inclusief btw aan Mycronic betaald (factuur met kenmerk 218060303).
3.3.
Op 6 april 2021 heeft Nanobay een bedrag van € 103.079,27 exclusief btw aan Smart Material overgemaakt onder vermelding van ‘
Ku A00001, Rg 202104 06.04.2021 Mycronic Pick n Place 1st Downpayment EU-VAT-ld NL854270528B01’.
3.4.
Op 13 juli 2021 heeft Smart Material (Polfuß) aan Nanobay ( [C] ) in een e-mail met de titel “
Betreff:Fwd: Invoice 218060319 (Mycronic)”, voor zover hier relevant, het volgende geschreven:
“[…]dann leite ich dir diese Rechnung einmal weiter, denn ab jetzt übemimmst du, richtig?
Wobei ich das Ganze nicht wirklich durchblicke: warum ist der Betrag jetzt so gering?
Die Rechnung iHv 245.418,49,- vom 09.07. (218060303) ist doch durch uns noch gar nicht beglichen.
Und in Sachen Romex werde ich die Rechnungen jetzt auch nicht berücksichtigen?! […]”
3.5.
Op 17 februari 2024 heeft Nanobay per e-mail het volgende aan Mycronic geschreven:
“[…] Onze strategische richting is ondertussen veranderd. We overwegen daarom om de assemblagelijn weer te verkopen.
Als originele leverancier ben je hiervoor zeker het beste adres. De machine heeft praktisch nooit voor ons gedraaid, afgezien van de eerste tests als kleine serie. Helaas was de timing erg ongunstig, is de parallelle loonproductie in principe niet stilgelegd en zijn de geplande vervolgprojecten niet doorgegaan. In die zin is de machine zo goed ais nieuw. - Ik heb de originele factuur ter informatie bijgevoegd.
Wat zou de procedure zijn […]”
3.6.
Op 12 april 2024 heeft Mycronic in reactie op deze vraag het volgende aan Nanobay kenbaar gemaakt:
“[…] Zoals telefonisch besproken zijn we geïnteresseerd om alle geleverde machines destijds terug te kopen.
We hebben een aanbieding gedaan voor 50% van de inkoopwaarde destijds (-transport en installatiekosten), zie inkooporder in de bijlage.
Wij zullen de service- en transportkosten voor onze rekening nemen voor het ontmantelen van de lijn. […]”
Ook heeft Mycronic op die dag een ‘purchase order’ op naam van Smart Material opgemaakt (ter hoogte van een bedrag van € 161.800,00 exclusief btw).
3.7.
In reactie daarop heeft Nanobay, ook op 12 april 2024, het volgende aan Mycronic geschreven:
“[…] The owner of the machine is NB GmbH. Please update your records and the offer.
(Constance will recall that we informed you in that regard in the first year.) […]”
3.8.
Vervolgens heeft Mycronic een aangepaste ‘
purchase order’ opgemaakt, op naam van Nanobay.
3.9.
Mycronic en Nanobay hebben overleg gevoerd over het moment waarop de machine door Mycronic zou worden opgehaald. Over de ophaaldata is overleg geweest met Smart Material ( [A] ), die ook verhuurder is van Nanobay.
3.10.
Op 26 september 2024 heeft Nanobay een ‘
Order Confirmation’ aan Mycronic gezonden, ter hoogte van een bedrag van € 195.778,00 inclusief btw.
3.11.
Op 30 september 2024 heeft Smart Material per e-mail het volgende aan Mycronic geschreven:
“[…] Hierbij verklaar ik dat ik de eigenaar ben van de pic en place machine gekocht van jullie, bestaand uit volgende componenten:
  • Mycronic MY700JX
  • Mycronic MY300LX
  • Ersa Hotflow 3/14e
  • Nutek NTE 0710LL
  • Nutek NTE 0410L500
  • Nutek NTE0710UL
Ik verkoop het system aan jullie terug en lever de vrije en onbezwaarde eigendoom door feitelijke afgifte bij Bultweg 90 in Enschede, 1 uiterlijk 2 oktober. Ik vrijwaar Mycronic voor aanspraken van derden met betrekking tot het geleverde goed.
Wij spraken een koopprijs af van 161.800,00 EUR excl. BTW.
De koopprijs wordt voldaan uiterlijk 1 Oktober 2024.
De eigendom van het geleverde wordt voorgehouden tot de volledige koopprijs is voldaan.
De volgende onderdelen kunnen op verzoek ook worden verkocht (voor een extra bedrag):
• Renner RS -Top 5,5
• Airpress compressor 200I, 11 bar […]”
3.12.
De machine is op 1 oktober 2024 door Mycronic opgehaald in Enschede.
3.13.
Op 1 oktober 2024 heeft Smart Material een factuur aan Mycronic gezonden ter hoogte van € 195.778,00 inclusief btw, met betrekking tot de machine. Mycronic heeft de ontvangst van deze factuur bevestigd.
3.14.
Op 3 oktober 2024 heeft Mycronic ook een factuur van Nanobay ontvangen ter hoogte van een bedrag van € 161.800,00 exclusief btw (€ 195.778,00 inclusief btw).
3.15.
Op 9 oktober 2024 heeft Mycronic de laatste onderdelen van de machine opgehaald in Enschede.
3.16.
Op 15 oktober 2024 heeft Mycronic aan Nanobay kenbaar gemaakt dat twee partijen claimen eigenaar te zijn van de machine en aanspraak maken op betaling.
3.17.
Op 16 oktober 2024 heeft Nanobay een betalingsherinnering aan Mycronic gezonden met betrekking tot de door haar aan Mycronic gerichte factuur met betrekking tot de nog niet ontvangen betaling van de factuur.
3.18.
Op 21 oktober 2024 en 30 oktober 2024 heeft Smart Material betalingsherinneringen aan Mycronic gezonden met betrekking tot de nog niet ontvangen betaling van de factuur.
3.19.
Op 22 oktober 2024 heeft (de advocaat van) Mycronic per e-mail, voor zover hier relevant, (de advocaat van) Smart Material als (de advocaat van) Nanobay aangeschreven. Mycronic heeft Smart Material en Nanobay op dat moment (ieder afzonderlijk) kenbaar gemaakt dat beide partijen aanspraak maken op betaling van een bedrag van € 195.778,00 inclusief btw, maar dat Mycronic zich tegenover beide partijen beroept op schuldeisersverzuim (artikel 6:58 BW Pro) danwel de onzekerheidsexceptie (artikel 6:37 BW Pro) en haar betalingsverplichting als gevolg daarvan opschort.
3.20.
Op 23 oktober 2024 heeft (de advocaat van) Smart Material aan (de advocaat van) Mycronic kenbaar gemaakt dat Smart Material betwist dat zij in (schuldeisers)verzuim zou zijn.
3.21.
Vervolgens hebben de advocaten van de betrokken partijen met elkaar gecorrespondeerd. In onderling overleg hebben Smart Material, Mycronic en Nanobay geen oplossing bereikt.

4.Het geschil

- in de procedure tussen Smart Material en Mycronic
4.1.
Smart Material vordert - samengevat en na wijziging van eis, Mycronic te veroordelen aan haar
  • een bedrag van € 195.778,00 te betalen, vermeerderd met wettelijke rente, en,
  • een bedrag van € 2.732,78 wegens vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Dit alles met veroordeling van Mycronic in de proceskosten en nakosten. Smart Material vordert deze veroordelingen voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.2.
Mycronic voert verweer en concludeert - samengevat - tot:
Primair,afwijzing van de vorderingen van Smart Material, onder de voorwaarde dat Mycronic zal worden veroordeeld (enkel) dat bedrag te betalen aan Nanobay,
Subsidiair,toewijzing van de vorderingen van Smart Material, onder de voorwaarde dat
Mycronic niet ook zal worden veroordeeld dat bedrag te betalen aan Nanobay,
Primair en subsidiair, de gevorderde rente en overige kosten af te wijzen en Smart Material te veroordelen in de reële proceskosten, althans de proceskosten, de beslagkosten en de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten.
- in de procedure tussen Nanobay en Smart Material en Mycronic (na tussenkomst)
in conventie
4.3.
Tussenkomende partij Nanobay vordert – samengevat – het volgende:
  • Mycronic te veroordelen om een bedrag van € 195.778,00 aan Nanobay te betalen, te vermeerderen met rente;
  • voor recht te verklaren dat Nanobay eigenaar is van de Compressor (met toebehoren);
  • Mycronic te veroordelen de Compressor (met toebehoren) in goede staat te retourneren aan Nanobay, op straffe van verbeurte van een dwangsom per dag dat zij daarmee in gebreke blijft;
  • Mycronic te veroordelen om een bedrag van € 5.305,02 wegens buitengerechtelijke kosten aan Nanobay te betalen, te vermeerderen met rente;
  • Smart Material niet-ontvankelijk te verklaren in haar (jegens Mycronic) ingestelde vorderingen;
  • voor recht te verklaren dat Smart Material onrechtmatig jegens Nanobay heeft gehandeld;
  • Mycronic en Smart Material te veroordelen in de proceskosten en rente.
Nanobay vordert deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.4.
Smart Material en Mycronic hebben bij conclusie van antwoord na tussenkomst verweer gevoerd tegen deze vorderingen van Nanobay.
Mycronic concludeert, samengevat, tot toewijzing van de vorderingen van Nanobay en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de vorderingen van Nanobay jegens Smart Material, met veroordeling van Nanobay – althans Smart Material – in de (reële) proceskosten.
Smart Material concludeert, samengevat, dat de door Nanobay jegens haar ingestelde vorderingen worden afgewezen en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de door Nanobay gevorderde nevenvoorzieningen.
- in de procedure tussen Nanobay en Smart Material
in (voorwaardelijke) reconventie
4.5.
Smart Material heeft in reactie op de vorderingen van Nanobay tegenvorderingen ingesteld. Smart Material vordert:
voor recht te verklaren dat Nanobay zich onrechtmatig heeft gedragen tegenover Smart Material en mitsdien schadeplichtig is;
- (voorwaardelijk) voor het geval de rechtbank oordeelt dat Nanobay jegens Mycronic recht heeft op de koopprijs, Nanobay te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 245.418,49 aan Smart Material, te vermeerderen met rente en kosten;
Dit alles met veroordeling van zowel Mycronic als Nanobay in de proceskosten.
4.6.
Nanobay heeft verweer gevoerd tegen de (deels voorwaardelijke) tegenvorderingen van Smart Material en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Smart Material, althans tot afwijzing van haar tegenvorderingen.
- in de procedure tussen Smart Material en Mycronic en in de procedure tussen Nanobay en Smart Material en Mycronic
4.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

- in de procedure tussen Smart Material en Mycronic en in de procedure tussen Nanobay en Smart Material en Mycronic
5.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in de procedure tussen Smart Material en Mycronic en in de procedure in conventie en in (voorwaardelijke)
reconventie in de procedure tussen Nanobay en Smart Material en Mycronic zullen alle vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
Bevoegdheid en toepasselijk recht
5.2.
Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat Nanobay een onderneming is naar buitenlands recht. Nanobay heeft ervoor gekozen in deze procedure (bijgestaan door een advocaat) tussen te komen en heeft zelfstandig vorderingen ingesteld, tegenover zowel Smart Material als Mycronic. Nanobay heeft daarbij de rechtsmacht van de Nederlandse rechter niet betwist. De Nederlandse rechter is daarom bevoegd kennis te nemen van het geschil tussen Nanobay en Smart Material respectievelijk Mycronic.
5.3.
Dat in de procedure tussen Smart Material en Mycronic en tussen Nanobay en Smart Material Nederlands recht van toepassing is, is niet in geschil. Dat is anders in de procedure tussen Nanobay en Mycronic. Nanobay stelt namelijk dat Duits recht van toepassing is op haar vordering op Mycronic tot betaling van de koopprijs, rente en buitengerechtelijke incassokosten. Primair op grond van een rechtskeuze, subsidiair op grond van artikel 4 lid 1 onder Pro a van Verordening 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
5.4.
Mycronic heeft niet als zodanig betwist dat op de rechtsverhouding tussen haar en Nanobay Duits recht van toepassing is. Mycronic stelt zich echter op het standpunt dat toepassing van zowel Duits als Nederlands recht in dit geval tot dezelfde uitkomsten leidt. Nanobay heeft dat niet weersproken, zodat de rechtbank Nederlands recht ook zal toepassen in de procedure tussen Nanobay en Mycronic.
Volmacht [B]
5.5.
Volgens Nanobay moet Smart Material in deze procedure niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat Smart Material als gevolg van het bestuursverbod stuurloos is geworden en Smart Material mr. Von Rosenstiel op 13 januari 2026 niet heeft kunnen inschakelen als opvolger van mr. Geervliet.
5.6.
Uit productie 37 bij akte van de zijde van Nanobay blijkt dat aan [A] (middellijk bestuurder van Smart Material) per 28 oktober 2025 een bestuursverbod is opgelegd (die zal eindigen op 28 oktober 2030), als gevolg waarvan [A] gedurende vijf jaar niet in taak als bestuurder kan uitoefenen bij de rechtspersonen waarvan hij bestuurder is. Een bestuursverbod kan zich volgens artikel 106a Fw niet uitstrekken tot buitenlandse rechtspersonen.
5.7.
In dit geval staat het bestuursverbod er niet aan in de weg dat [B] namens Smart Material haar standpunten tijdens de zitting toelicht en optreedt als gevolmachtigde van Smart Material. Daartoe is het volgende redengevend.
Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel (productie 35 bij akte van Nanobay) blijkt dat Wind sonne Plus GmbH (op 12 januari 2026) de enige bestuurder van Smart Material is en [B] is geregistreerd als gevolmachtigde van Smart Material per 1 mei 2025. Nu het bestuursverbod de taken van [A] als bestuurder van deze Duitse vennootschap niet raakt, kon [A] [B] als gevolmachtigde van Smart Material aanwijzen. Waarom dat in dit geval anders zou moeten zijn en grond zou moeten zijn voor het alsnog niet-ontvankelijk verklaren van Smart Material nadat zij eerder bevoegdelijk onderhavige procedure is gestart, heeft Nanobay onvoldoende toegelicht.
Het door Smart Material en Nanobay gevorderde bedrag van € 195.778,00
5.8.
Zowel Smart Material als Nanobay stellen zich op het standpunt dat zij een overeenkomst met Mycronic hebben gesloten tot (terug)verkoop van de machine. Zij vorderen daarom allebei – op grond van de door ieder van hen gestelde overeenkomst – betaling van de koopprijs. Vast staat dat de machine zich op dit moment in de feitelijke macht bevindt van Mycronic en dat Mycronic zich op het standpunt stelt dat zij daarvoor aan één van deze beide partijen moet betalen. De vraag die partijen verdeeld houdt is aan wie van hen Mycronic de koopprijs moet voldoen.
5.9.
Partijen zijn het erover eens dat Smart Material de machine in 2021 van Mycronic heeft gekocht. Nanobay en Smart Material zijn het er ook over eens dat beoogd was de machine vervolgens in eigendom over te laten gaan naar Nanobay (hoewel zij erover van mening verschillen of die eigendomsoverdracht van meet af aan beoogd zou zijn of dat deze doorlevering pas later is overeengekomen). Zij zijn het oneens over de vraag of Nanobay de prijs voor de machine (al dan niet na verrekening) volledig aan Smart Material heeft voldaan, en of daarmee de eigendom is overgegaan op Nanobay voordat de machine door Mycronic is opgehaald in Enschede in oktober 2024.
5.10.
Smart Material en Nanobay maken daarmee de eigendom van de machine (voorafgaande aan de (terug)levering) tot de kern van het geschil in deze procedure. Zij verliezen daarbij echter uit het oog dat voor de hoedanigheid van een verkoper niet is vereist dat hij eigenaar is van de verkochte zaak. Zo kan een verkoper bijvoorbeeld ook aan zijn verplichting tot eigendomsverschaffing voldoen door te bewerkstelligen dat de koper de zaak via een derde in eigendom verkrijgt of door de zaak aan te kopen en te verkrijgen en door te leveren. Smart Material en Nanobay twisten in de kern over de vraag wie aanspraak heeft op betaling van de koopprijs; deze vraag kan uitsluitend worden beantwoord aan de hand van de koopovereenkomst.
5.11.
De rechtbank zal, nu levering aan Mycronic al heeft plaatsgevonden en Smart Material noch Nanobay hebben kenbaar gemaakt de machine terug te willen ontvangen, de geldvorderingen van zowel Smart Material als Nanobay daarom vanuit een verbintenisrechtelijk oogpunt beoordelen. De rechtbank is van oordeel dat enkel tussen Nanobay en Mycronic een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Daartoe is het volgende van belang.
5.12.
Uit de stellingen van Nanobay volgt dat zij in februari 2024 in contact is getreden met Mycronic over de (terug)verkoop van de machine (productie 3 bij incidentele conclusie/zelfstandige eis van Nanobay). Daarop is telefonisch overleg gevoerd tussen Nanobay ( [C] ) en Mycronic ( [D] ) over de koopprijs. De gemaakte afspraken zijn op 12 april 2024 per e-mail door Mycronic bevestigd aan Nanobay. De ‘
purchase order’is diezelfde dag door Mycronic eerst op naam van Smart Material en ter attentie van [C] gezet, maar op verzoek van haar vervolgens op naam van Nanobay gesteld (omdat, zo schrijft zij, Nanobay is van de machine). Vervolgens heeft overleg plaatsgevonden tussen Nanobay en Mycronic over het kunnen ophalen van machine door Mycronic in Enschede. Nadat daarvoor – in overleg met verhuurder Smart Material – een datum is ingepland, heeft Nanobay op 26 september 2024 een ‘
Order confirmation’ aan Mycronic gezonden. De machine is vervolgens door Mycronic opgehaald op 1 en 9 oktober 2024.
5.13.
Mycronic erkent deze gang van zaken. Ook zij stelt zich namelijk op het standpunt dat tussen haar en Nanobay een koopovereenkomst met voornoemde inhoud tot stand is gekomen. Dat betekent dat er (in de procedure tussen Nanobay en Mycronic) in beginsel vanuit moet worden gegaan dat een koopovereenkomst tussen Nanobay en Mycronic tot stand is gekomen.
5.14.
Smart Material voert in dit verband aan dat niet Nanobay, maar zijzelf een koopovereenkomst met Mycronic is overeengekomen nadat zij daarover telefonisch afspraken heeft gemaakt met Mycronic. Daartoe stelt zij het volgende.
Nadat zij erachter was gekomen dat Mycronic de machine op 1 oktober 2024 kwam ophalen, heeft zij contact opgenomen met Mycronic. Tijdens de telefoongesprekken vernam Smart Material dat Mycronic de machine wilde terugkopen. Daarop heeft zij duidelijk gemaakt dat Smart Material eigenaar was en de feitelijke beschikkingsmacht had, en bereid was te leveren tegen de geboden prijs van € 161.800,00 exclusief btw, en dat levering op 1 oktober 2024 akkoord was. Deze afspraken zijn door haar op 26 september 2024 bevestigd per e-mail. Vervolgens heeft Mycronic Smart Material verzocht per e-mail te bevestigen dat zij eigenaar was van de machine en haar vrijwaarde tegen mogelijke aanspraken van derden; deze eisen waren door Mycronic gesteld. Aldus is de e-mail van 30 september 2024 tot stand gekomen.
5.15.
Mycronic heeft tijdens de zitting aangevoerd dat de communicatie tussen Smart Material en Mycronic geen koopovereenkomst oplevert en dat zij over terugkoop ook niet heeft onderhandeld met Smart Material. Zij heeft toegelicht dat al eerder een koopovereenkomst tussen haar en Nanobay tot stand was gekomen en het gek zou zijn om nog een overeenkomst te sluiten voor dezelfde machine. Volgens Mycronic is er (telefonisch) contact geweest met Smart Material, omdat zij verhuurder was van Nanobay, en haar was gevraagd zich - om die reden - te melden bij Smart Material (voor haar bekend vanwege de aankoop van de machine in 2021). Volgens Mycronic bestaat een titelgebrek wat betreft de volgens Smart Material gestelde koopovereenkomst, omdat van enige vorm van aanvaarding geen sprake is.
5.16.
Smart Material heeft onvoldoende gesteld waaruit kan volgen dat tussen haar en Mycronic op of kort na 26 september 2024 telefonisch een afspraak is gemaakt zoals door haar gesteld (hiervoor weergegeven in rov. 5.12). Gelet op het gemotiveerde verweer van Mycronic, lag het op de weg van Smart Material om haar stellingen nader toe te lichten. Van Smart Material mocht een toelichting worden verwacht waaruit blijkt dat het door [E] op 26 september 2024 per e-mail gemelde contact tussen haar en [A] over meer of iets anders is gegaan dat het ophalen van de machine op 1 oktober 2024. [E] schrijft in deze e-mail namelijk: “
Ik heb vanochtend telefoon gehad van [A][rechtbank: [A] ]
over de machines. Deze worden dinsdag 1 oktober opgehaald”. Deze e-mail volgt op een reeks e-mailberichten die allemaal gaan over het moment waarop de machine zou kunnen worden opgehaald door Mycronic. Uit geen van deze berichten kan in voldoende mate worden afgeleid dat (ook) Smart Material een aanbod tot terugverkoop aan Mycronic heeft gedaan, laat staan dat dit aanbod door Mycronic is geaccepteerd. De enkele eenzijdige vastlegging van de door Smart Material gestelde afspraken, bij e-mail van 30 september 2024, is gelet op deze e-mailberichten onvoldoende. Smart Material heeft verder niet concreet verteld wat zij en Mycronic over een weer hebben gezegd waaruit volgt dat een koopovereenkomst tussen hen tot stand is gekomen. Smart Material heeft de standpunten van Nanobay (zie rov. 5.12 hiervoor) ook niet gemotiveerd weersproken.
5.17.
Ook de stelling van Smart Material dat Mycronic (telefonisch) zou hebben toegezegd tot betaling van de (volgens Smart Material met haar overeengekomen) koopprijs te zullen overgaan, is onvoldoende. Wanneer en door wie die toezeggingen precies zouden zijn gedaan en of en in hoeverre Mycronic zich er – zouden die toezeggingen al zijn gedaan – ook van bewust was dat zij een betalingstoezegging deed aan Smart Material en niet aan Nanobay, heeft Smart Material niet gesteld.
5.18.
Ook de e-mail waarin [E] aangeeft dat Smart Material – “
mochten er nog vragen zijn m.b.t. de financiële afwikkeling” – contact kan opnemen met Constance ( [F] ), die is verzonden in reactie op de ontvangen factuur van Smart Material van 1 oktober 2024, kan in de gegeven omstandigheden niet worden begrepen als een bevestiging van de door Smart Material gestelde gemaakte afspraken met Mycronic. Mycronic heeft namelijk gemotiveerd betoogd dat haar pas enige tijd later is gebleken dat zowel Nanobay als Smart Material betaling verzochten voor dezelfde machine en dat zij – toen zij daarmee bekend werd – beide partijen daarover direct heeft geïnformeerd. Smart Material heeft deze gang van zaken onvoldoende gemotiveerd weersproken. Een nadere toelichting op haar stelling dat hieruit wel degelijk zou (kunnen) worden begrepen dat ook Mycronic ervan uitging dat een koopovereenkomst met Smart Material tot stand was gekomen, heeft Smart Material echter niet gegeven. Dat mocht gelet op de vroegere relatie wel van haar worden verwacht. Voorstelbaar is immers dat, gelet op die vroegere relatie, Mycronic daarom niet direct heeft opgemerkt dat zij de factuur voor de betaling van de machine op dat moment niet van Nanobay maar van Smart Material ontving. Nadat zij ook op 3 oktober 2024 een factuur van Nanobay ontving, heeft zij vervolgens een onderzoek ingesteld naar de gang van zaken en dit op 15 oktober 2024 aan beide partijen kenbaar gemaakt en haar betalingsverplichting opgeschort.
5.19.
Wat de rechtbank precies zou moeten afleiden uit het WhatsApp-bericht van [A] aan [G] (medewerker Mycronic; productie 12 bij conclusie van antwoord na tussenkomst/eis in reconventie van Smart Material), heeft Smart Material onvoldoende toegelicht. Smart Material heeft in het midden gelaten wanneer [A] de betreffende berichten aan [G] heeft verzonden. Ook heeft zij niet toegelicht wanneer, en op welk moment deze medewerker van Mycronic enige betalingstoezegging aan haar zou hebben gedaan. De berichten omvatten niet meer dan een eenzijdige verklaring van [A] waarin hij zijn ongenoegen uit over het feit dat Smart Material niet betaald heeft gekregen voor de machine.
5.20.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Smart Material onvoldoende heeft gesteld waaruit kan worden afgeleid dat tussen haar en Mycronic een koopovereenkomst tot stand is gekomen voor de (terug)verkoop van de machine. Dit geldt ook als, zoals Smart Material stelt, Smart Material eigenares was van de machine (op grond van een eigendomsvoorbehoud): ook dan geldt dat Nanobay de machine heeft verkocht aan Mycronic en in de relatie met Mycronic aanspraak heeft op betaling van de koopprijs. Aan bewijslevering door Smart Material wordt daarom niet toegekomen.
5.21.
Dit leidt tot de volgende conclusies.
5.21.1.
De vordering van Smart Material (tot betaling van het bedrag van € 195.778,00 door Mycronic en de door haar gevorderde vergoeding wegens buitengerechtelijke incassokosten), zal worden afgewezen.
5.21.2.
De vordering van Nanobay (tot betaling van het bedrag van € 195.778,00 door Mycronic), zal worden toegewezen.
5.21.3.
De door Nanobay gevorderde rente over dit bedrag is niet toewijsbaar, omdat het beroep van Mycronic op de onzekerheidsexceptie slaagt. Met verwijzing naar het voorgaande staat namelijk vast dat Mycronic in dit geval te goeder trouw heeft gehandeld. Mycronic heeft voldoende gesteld dat zij er (in de aanloop naar de totstandkoming van de koopovereenkomst met Nanobay in april 2024) van uit mocht gaan dat tussen Smart Material en Nanobay nog steeds een zakelijke relatie bestond. Het enkele feit dat Smart Material op 1 oktober 2024 een factuur aan Mycronic zond nadat ook zij op 30 september 2024 claimde eigenaar te zijn van de machine, leverde voor Mycronic daarom al onzekerheid op over de vraag aan wie zij moest betalen. Mycronic mocht er in dit geval van uitgaan enkel contractuele afspraken over de (terug)verkoop met Nanobay te hebben gemaakt. Mycronic wist dus niet, en kon redelijkerwijs niet weten dat Smart Material en Nanobay onderling een geschil hadden over aan wie de koopprijs voor de machine zou (moeten) toekomen. Deze onzekerheid kon daarom worden beschouwd als een beletsel voor nakoming van de koopovereenkomst met Nanobay. Mycronic mocht daarom in dit geval van het in artikel 6:37 BW Pro bedoelde opschortingsrecht gebruik maken.
5.21.4.
De door Nanobay gevorderde vergoeding wegens buitengerechtelijke incassokosten zal, met verwijzing naar het voorgaande (nu het beroep van Mycronic op de onzekerheidsexceptie slaagt), ook worden afgewezen.
De vorderingen van Nanobay met betrekking tot de Compressor
- in de procedure tussen Nanobay en Mycronic
5.22.
Nu Smart Material zich niet (meer) verzet tegen afgifte van de Compressor door Mycronic aan Nanobay en haar eis op dit punt heeft verminderd, betwist Smart Material niet langer dat de Compressor aan Nanobay toekomt. De door Nanobay gevorderde verklaring voor recht dat zij eigenaar is van de Compressor zal daarom worden toegewezen.
5.23.
Mycronic verzet zich ook niet tegen het retourneren van de Compressor aan Nanobay. Mycronic zal daarom worden veroordeeld de Compressor (met toebehoren) in goede staat te retourneren aan Nanobay. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, omdat Mycronic tijdens de zitting heeft toegelicht dat zij de Compressor (behoorlijk) heeft opgeslagen en bereid is deze te retourneren aan Nanobay.
De verdere vorderingen van Nanobay
- in de procedure tussen Nanobay en Smart Material
5.24.
Nanobay heeft gevorderd Smart Material niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen tegenover Mycronic. Deze vordering is niet toewijsbaar, omdat Nanobay onvoldoende heeft gesteld waarom Smart Material niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. Smart Material heeft het recht om vorderingen tegen Mycronic in te stellen. Dat Smart Material in deze procedure in het ongelijk wordt gesteld wat betreft haar geldvordering jegens Mycronic, maakt nog niet dat zij daartoe geen rechtsmiddel mocht instellen.
5.25.
De door Nanobay gevorderde verklaring voor recht dat Smart Material onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, zal worden afgewezen. Van misbruik van recht, zoals bedoeld in artikel 3:13 BW Pro is geen sprake. In dit geval is het niet zo dat het instellen van een vordering bij de rechtbank (door Smart Material), gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen achterwege had moeten blijven. Dit is pas zo als een partij zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. De vordering van Smart Material tot betaling van de koopprijs was gelet op de omstandigheden die in deze procedure door partijen zijn aangevoerd niet zo evident kansloos dat Smart Material het niet op een procedure had mogen laten aankomen. Daarom is ook geen sprake van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen van Smart Material.
De voorwaardelijke tegenvorderingen van Smart Material
- in procedure tussen Nanobay en Smart Material
De vordering van € 245.418,49
5.26.
Smart Material vordert, voor het geval de rechtbank tot de conclusie komt dat Nanobay de machine bevoegdelijk heeft verkocht en geleverd aan Mycronic en daarom recht heeft op de koopprijs, dat Smart Material wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 245.418,49 (te vermeerderen met rente). Nu aan de door Smart Material aan haar tegenvordering verbonden voorwaarde is voldaan, wordt toegekomen aan beoordeling van deze vordering.
5.27.
Nanobay erkent dat Smart Material een vordering op haar heeft ter hoogte van het hiervoor genoemde bedrag (de factuur van 12 juli 2021 met factuurnummer 202112). De tegenvordering van Smart Material is daarom in beginsel toewijsbaar. Dit is slechts anders, wanneer het verweer van Nanobay – haar beroep op verrekening met vorderingen die zij op haar beurt op Nanobay zou hebben – slaagt. De rechtbank is van oordeel dat Nanobay onvoldoende heeft gesteld dat zij gerechtigd zou zijn (geweest) tot verrekening (artikel 6:136 BW Pro). De volgende overwegingen leiden tot dit oordeel.
5.28.
Smart Material heeft zich, samengevat, verbonden tot betaling aan [C] van een derde van de opbrengsten uit de commercialisering van de octrooiaanvraag. De vordering die [C] in dit verband op Smart Material heeft, heeft zij gecedeerd aan Nanobay. Hoewel nog niet vast staat wat de omvang van deze opbrengsten zal zijn, verrekent Nanobay haar schuld uit hoofde van de factuur van 12 juli 2021 in deze procedure al met haar vordering in verband met die opbrengst. De hoogte van die opbrengst stelt Nanobay op een bedrag van € 333.333,33, een derde van het bedrag van € 1.000.000,00 dat Nanobay verwacht dat Smart Material van Vaxxinator Coating B.V. zal hebben ontvangen, op grond van artikel 4.2 van licentieovereenkomst die tussen laatstgenoemde partijen is gesloten.
5.29.
De vraag wat de exacte hoogte van deze aanspraak van Nanobay (althans [C] ) op Smart Material is, is onderdeel van een juridische procedure die bij de rechtbank in Den Haag aanhangig is (na verwijzing vanuit de rechtbank Overijssel, locatie Almelo; tussen partijen Nanobay en Inno Proof Systems B.V. tegenover Smart Material en Vaxxinator Coating B.V.). Uit de dagvaarding zoals door Smart Material overgelegd als productie 5 bij haar conclusie van antwoord na tussenkomst/eis in reconventie, blijkt verder dat in de uiteindelijke vaststelling van de vordering mogelijk ook nog rekening dient te worden gehouden met de tegenvordering van Smart Material op Nanobay waarvan ook in deze procedure betaling wordt gevorderd.
5.30.
Het voorgaande leidt ertoe dat, anders dan Nanobay veronderstelt, onvoldoende is gesteld dat op dit moment al voldoende zeker is dat sprake is (geweest) van een opbrengst die zich leent voor verrekening (artikel 6:136 BW Pro). De tegenvordering van Smart Material, tot betaling van een bedrag van € 245.418,49 zal dan ook worden toegewezen.
De wettelijke rente
5.31.
De gevorderde rente zal worden toegewezen zoals primair gevorderd, nu Nanobay tegen de gevorderde rente geen afzonderlijk gemotiveerd verweer voert en erkent dat zij dit bedrag aan Smart Material verschuldigd is. De wettelijke rente is in dit geval namelijk in beginsel verschuldigd vanaf de eerste dag na het verstrijken van de op de factuur van 12 juli 2021 genoemde vervaldatum.
De buitengerechtelijke incassokosten
5.32.
De door Smart Material gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Smart Material heeft onvoldoende gesteld waaruit kan volgen dat zij voorafgaande aan deze procedure redelijke kosten heeft gemaakt (zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 2 aanhef Pro en onder c BW) voor (incasso)pogingen om haar vordering te innen.
Onvoldoende belang bij verklaring voor recht
5.33.
De door Smart Material gevorderde verklaring voor recht dat Nanobay zich onrechtmatig heeft gedragen tegenover Smart Material, zal worden afgewezen vanwege een gebrek aan belang. Nanobay heeft namelijk recht op betaling van de koopprijs van de machine op basis van een met Mycronic overeengekomen koopovereenkomst. Smart Material zal daarom niet worden gevolgd in haar stelling dat Nanobay op onrechtmatige wijze is omgesprongen met de belangen van Smart Material en haar onbevoegd zou hebben vertegenwoordigd.
De proceskosten en nakosten
- in de procedure tussen Smart Material en Mycronic
5.34.
In de procedure tussen Smart Material en Mycronic zal Smart Material worden veroordeeld in de proceskosten nu zij grotendeels in het ongelijk is gesteld.
5.35.
Anders dan Mycronic vordert, bestaat in dit geval geen aanleiding Smart Material te veroordelen in de werkelijke door Mycronic gemaakte proceskosten. Met verwijzing naar rov. 5.25 wordt overwogen dat het in dit geval niet al bij voorbaat evident was dat de vordering van Smart Material niet toewijsbaar zou zijn. De door Smart Material gekozen processtrategie kan wellicht worden aangemerkt als ‘ongelukkig’, maar niet als onrechtmatig. Wel ziet de rechtbank aanleiding om bij de begroting van de kosten op basis van het liquidatietarief ook de voorbereiding van de zitting te betrekken en daarvoor een extra punt toe te kennen.
5.36.
De proceskosten van Mycronic worden begroot op:
- salaris advocaat
8.655,00
(3 punten × € 2.885,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
8.844,00
5.37.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
- in de procedure tussen Nanobay en Smart Material
5.38.
In de procedure na tussenkomst tussen Nanobay en Smart Material ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten de compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Daartoe wordt overwogen dat Nanobay aan de ene kant (in conventie) gelijkt krijgt wat betreft de financiële afwikkeling wat betreft de verkoop van de machine aan Mycronic, en aan de andere kant Smart Material (in reconventie) het door haar gevorderde bedrag ook toegewezen krijgt.
- in de procedure tussen Nanobay en Mycronic
5.39.
Ook in de procedure na tussenkomst tussen Nanobay en Mycronic ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren. Hoewel Nanobay in overwegende mate in het gelijk wordt gesteld, heeft Mycronic zich vanaf het begin van deze procedure niet verzet tegen deze (of een andere uitkomst), zolang voor haar maar duidelijk zou worden aan wie zij de (door zowel Smart Material als Nanobay) gevorderde koopprijs voor de machine zou moeten betalen. Mycronic is daarom niet aan te merken als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij.

6.De beslissing

De rechtbank
- in de procedure tussen Smart Material en Mycronic
6.1.
wijst de vorderingen van Smart Material af,
6.2.
veroordeelt Smart Material in de proceskosten van Mycronic begroot op € 8.844,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Smart Material niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Smart Material tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
- in de procedure tussen Nanobay en Mycronic
6.4.
veroordeelt Mycronic om aan Nanobay te betalen een bedrag van € 195.778,00,
6.5.
verklaart voor recht dat Nanobay eigenaar is van de Compressor (met toebehoren),
6.6.
beveelt Mycronic om de Compressor (met toebehoren) in goede staat te retourneren aan Nanobay,
6.7.
compenseert de proceskosten tussen partijen,
- in de procedure tussen Nanobay en Smart Material
in conventie
6.8.
wijst de vorderingen van Nanobay af,
in reconventie
6.9.
veroordeelt Smart Material om aan Nanobay te betalen een bedrag van € 245.418,49, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 4 november 2024, tot de dag van volledige betaling,
in conventie en in reconventie
6.10.
compenseert de proceskosten tussen partijen,
- in de procedure tussen Smart Material en Mycronic en in de procedure tussen Nanobay en Smart Material en Mycronic
6.11.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.