ECLI:NL:RBOBR:2026:1333

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
11985149 \ CV EXPL 25-9103
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.A.A. van den Hoeven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWRichtlijn 93/13
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling en schadevergoeding voor treintje rijden in parkeergarage

Op 11 juli 2025 heeft gedaagde in de parkeergarage Centrum de Admirant in Eindhoven geparkeerd en deze verlaten zonder te betalen door direct achter een andere auto langs de slagboom te rijden, een praktijk die bekend staat als 'treintje rijden'. Q-Park vordert betaling van het verschuldigde parkeergeld van €4,80 en een schadevergoeding van €382,41 op grond van haar algemene voorwaarden.

Gedaagde stelt dat hij genoodzaakt was de garage op deze wijze te verlaten omdat het niet lukte te betalen bij de uitrit en hij geen reactie kreeg via de hulpknoppen. De kantonrechter oordeelt echter dat uit de loggegevens blijkt dat er wel opvolging is gegeven aan andere hulpoproepen en dat gedaagde geen contact heeft gezocht via het vermelde telefoonnummer, waardoor er andere mogelijkheden waren dan treintje rijden.

De kantonrechter beoordeelt de boete als niet onredelijk hoog en in redelijke verhouding tot de schade die Q-Park lijdt door treintje rijden, waaronder gemiste inkomsten en mogelijke schade aan de slagboom. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het parkeergeld, de schadevergoeding, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van parkeergeld, schadevergoeding, incassokosten en proceskosten wegens treintje rijden.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11985149 \ CV EXPL 25-9103
Vonnis van 19 februari 2026
in de zaak van
Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Q-Park,
gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met vijf producties
- het schriftelijk verweer en de aantekeningen van de daarop gegeven aanvulling op de zitting van 4 december 2025
- de akte van Q-Park met productie 6, 7 en een usb-stick met beeldmateriaal.
1.2.
De zaak is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 28 januari 2026. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling was [gedaagde] aanwezig. Namens Q-Park was mevrouw J. Hermans, kantoorgenote van de gemachtigde, aanwezig.
1.3.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] heeft op 11 juli 2025 in de door Q-Park geëxploiteerde parkeergarage Centrum de Admirant in Eindhoven geparkeerd. [gedaagde] heeft de parkeergarage diezelfde dag verlaten zonder te betalen, door direct achter een andere auto langs de slagboom te rijden. Dit wordt “treintje rijden” genoemd. Q-Park wil dat [gedaagde] alsnog het verschuldigde parkeergeld van € 4,80 en een schadevergoeding van € 382,41 wegens treintje rijden betaalt omdat het op grond van de algemene voorwaarden van Q-Park niet is toegestaan om zonder te betalen de parkeergarage te verlaten en treintje te rijden.
2.2.
[gedaagde] is het hier niet mee eens. Hij zegt dat hij genoodzaakt was om de parkeergarage op deze wijze te verlaten. [gedaagde] is de parkeergarage ingereden met zijn betaalpas. Bij het uitrijden lukte het niet om met zijn pas te betalen bij de uitrit. [gedaagde] zegt dat hij toen meerdere malen de hulpknop heeft gebruikt, maar dat hij geen reactie kreeg. Volgens [gedaagde] is hij vervolgens teruggereden naar een betaalautomaat in de parkeergarage. Daar kon hij niet betalen omdat de automaat aangaf dat er geen actieve parkeersessie geregistreerd was. [gedaagde] zegt dat hij ook op de hulpknop bij deze automaat heeft gedrukt, maar geen gehoor kreeg. De boete is volgens [gedaagde] ook onredelijk hoog.
2.3.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] alsnog moet betalen voor het gebruik van de parkeergarage en daarbovenop de gevorderde schadevergoeding moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De beoordeling

Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen
3.1.
[gedaagde] is de parkeergarage ingereden en heeft van de parkeergarage gebruik gemaakt. Q-Park stelt dat bij de ingang de geldende tarieven en (toepasselijkheid van) de algemene voorwaarden op een informatiebord staan. Op een door Q-Park overgelegde foto is ook te zien dat er op dat bord staat: “
Toegang en gebruik van Q-park uitsluitend onder toepassing van de Algemene Voorwaarden Parkeren.” Deze mededeling is voldoende duidelijk. Door langs dit bord de parkeerfaciliteit van Q-Park in te rijden, heeft [gedaagde] een overeenkomst met Q-Park gesloten en de algemene voorwaarden van Q-Park geaccepteerd.
[gedaagde] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst
3.2.
[gedaagde] erkent dat hij de parkeergarage heeft verlaten door middel van treintje rijden en dat hij niet heeft betaald voor het parkeren. Daarmee is [gedaagde] tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting die volgt uit de overeenkomst en is hij gehouden om de schade die Q-Park daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend omdat er sprake is van overmacht. [1]
3.3.
[gedaagde] stelt dat hij wel moest treintje rijden omdat er geen mogelijkheid was om regulier te betalen of de garage regulier te verlaten en doet daarmee een beroep op bovengenoemde uitzondering dat de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend omdat sprake is van overmacht. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Uit de door Q-Park overgelegde log-gegevens van 11 juli 2025 volgt niet dat [gedaagde] die dag meerdere malen op de hulpknoppen heeft gedrukt. Hieruit kan wel worden afgeleid dat er op verschillende andere momenten omstreeks de tijd dat [gedaagde] de parkeergarage heeft verlaten (18:38 uur) wel opvolging is gegeven aan oproepen van klanten van Q-Park via de hulpknop. Ook heeft Q-Park aangevoerd dat [gedaagde] bij geen gehoor via de hulpknoppen telefonisch contact met Q-Park had kunnen opnemen via het op het informatiebord vermelde 088-nummer. De kantonrechter concludeert hieruit dat er voor [gedaagde] andere mogelijkheden waren dan de parkeergarage via treintje rijden te verlaten. Daarnaast heeft [gedaagde] op de zitting erkend dat hij zelf geen contact heeft gezocht met Q-Park nadat hij de parkeergarage is uitgereden. Naar het oordeel van de kantonrechter had dit wel op de weg van [gedaagde] gelegen. Hij had dan uitleg aan Q-Park kunnen geven en het verschuldigde parkeergeld alsnog kunnen betalen. Dat [gedaagde] geen gebruik heeft gemaakt van deze mogelijkheden, komt voor zijn rekening en risico.
Schadevergoeding niet onredelijk hoog
3.4.
In dit geval maakt Q-Park naast het niet betaalde parkeergeld ook aanspraak op een schadevergoeding (een boete) voor treintje rijden die volgt uit artikel 5.5 van haar algemene voorwaarden. Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of deze bepaling in de algemene voorwaarden, een oneerlijk beding is. Op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de Richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentovereenkomsten (hierna: de Richtlijn) is een beding oneerlijk als het beding, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Een beding kan bijvoorbeeld oneerlijk zijn als het beding tot doel heeft om een consument die zijn verplichtingen niet nakomt een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen.
3.5.
De kantonrechter is van oordeel dat de boete niet onredelijk hoog is en in redelijke verhouding staat tot de (te verwachten) schade door het treintje rijden. Q-Park heeft gesteld dat zij door het treintje rijden inkomsten mist, omdat het systeem van de parkeergarage niet registreert dat een bezette plaats vrij is gekomen. Ook kan treintje rijden schade of storingen veroorzaken aan de slagboom, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden voor andere weggebruikers. De boete is bedoeld om voldoende afschrikwekkend te zijn, zodat het treintje rijden wordt ontmoedigd. De hoogte van deze boete staat dan ook in redelijke verhouding tot het belang van Q-Park, namelijk het voorkomen van verkeersonveilige gedragingen zoals treintje rijden, ook gezien het feit dat [gedaagde] de parkeergarage bewust op deze onveilige manier heeft verlaten. Het is dan ook geen oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn.
[gedaagde] moet een parkeervergoeding van € 4,80, een schadevergoeding van € 382,41 en de wettelijke rente betalen.
3.6.
Gelet op het voorgaande is [gedaagde] een parkeervergoeding van € 4,80 en een schadevergoeding van € 382,41 aan Q-Park verschuldigd. Deze vordering wordt dan ook toegewezen.
3.7.
[gedaagde] heeft het totale bedrag van € 387,21 niet betaald. [gedaagde] is dus in verzuim en is daarom de wettelijke rente over dit bedrag verschuldigd. De wettelijke rente wordt toegewezen over € 387,21 vanaf de pleegdatum, dus 11 juli 2025.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke kosten betalen
3.8.
Q-Park vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Q-Park heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 58,08 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Omdat Q-Park niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
473,28

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Q-Park van € 387,21, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 11 juli 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 58,08 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. van den Hoeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:74 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)