Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [vestigingsplaats], eiseres
het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, het college,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
5.1. Allereerst overweegt de Afdeling over de individuele beoordelingen als volgt. Het college heeft individuele scoreformulieren overgelegd met een beroep op artikel 8:29 van Pro de Awb. De Afdeling heeft bij de beslissing van 27 januari 2023 beperkte kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd geacht. De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennisgenomen van de individuele scoreformulieren. De Afdeling acht aannemelijk dat kennisneming door Stichting Lustwarande van de individuele scoreformulieren zal leiden tot aantasting van het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de leden van de Adviescommissie professionele kunsten 2021-2024. Naar het oordeel van de Afdeling wegen deze belangen in dit geval zwaarder dan het belang van Stichting Lustwarande om kennis te kunnen nemen van de individuele scoreformulieren. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de leden van de Adviescommissie professionele kunsten 2021-2024 voorafgaand aan het uitbrengen van het advies vrij van gedachten moeten kunnen wisselen.
Door Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen vastgesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing worden gelaten of kan daarvan worden afgeweken, voor zover toepassing gelet op het belang van het doel van de regeling zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard."
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het ingetrokken bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit II gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit II in stand blijven;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres van € 3.385,–.
- bepaalt dat het college aan eiseres het griffierecht van € 360,– moet betalen.