In deze zaak heeft de Rechtbank Oost-Brabant op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 21 mei 2023 in Best brand heeft gesticht in een kringloopwinkel door het afsteken van vuurwerk. De verdachte, die op het moment van het delict net 18 jaar oud was, is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte opzettelijk brand heeft gesticht, waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten was. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 6 maanden geëist, maar de rechtbank heeft besloten het jeugdstrafrecht toe te passen, gezien de jonge leeftijd van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in de behandeling van de zaak, wat heeft geleid tot een lichtere straf. De benadeelde partij, de kringloopwinkel, heeft zich gevoegd in het strafproces en vorderde schadevergoeding, maar de rechtbank heeft deze vordering niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze onvoldoende onderbouwd was. De rechtbank heeft de verdachte ook bijzondere voorwaarden opgelegd in het kader van de reclassering.