De dochter van de betrokkene verzoekt om opheffing van het mentorschap omdat zij zich terugtrekt om de relatie met haar vader te behouden. De familie verzoekt tevens ontslag van de dochter als mentor en benoeming van de broer als opvolgend mentor, met een subsidiaire wens voor een onafhankelijke professionele mentor.
De rechtbank overweegt dat het mentorschap noodzakelijk en zinvol blijft vanwege de revalidatie van de betrokkene, die aangeeft nog niet zelfstandig alle beslissingen te kunnen nemen. Daarom wordt het verzoek tot opheffing afgewezen.
De dochter heeft duidelijk gemaakt niet langer als mentor te willen optreden, waardoor haar ontslag als mentor wordt toegewezen. Gezien de voorkeur van de betrokkene en instemming van betrokkenen wordt de broer benoemd tot opvolgend mentor. Het subsidiaire verzoek tot een onafhankelijke mentor wordt niet behandeld.
De beschikking is uitgesproken door de kantonrechter op 20 februari 2026 en bevat tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.