Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 februari 2026 in de zaak tussen
[vergunninghoudster]., te [vestigingsplaats] , vergunninghoudster
de raad van de gemeente Land van Cuijk, de raad
Procesverloop
sectie [nummer] , nummers [nummers] (plangebied).
[eiser 1] en [eiser 3] verschenen, samen met de gemachtigde van eisers. Het college en de raad zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigde en mr. D.J.M.W. Jennissen. Voor vergunninghoudster zijn haar gemachtigde en [naam] verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Het college heeft dan ook terecht gesteld dat alleen de wijzigingen en de gevolgen hiervan ten opzichte van de vergunde situatie ter beoordeling voorliggen en niet (die van) het reeds vergunde bouwplan in volle omvang. De rechtbank verwijst hiervoor naar een uitspraak van de Afdeling van 18 maart 2015 [4] .
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk, voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit;
- verklaart het beroep, voor zover het is gericht tegen het herstelbesluit, ongegrond;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 934,00.