ECLI:NL:RBOBR:2026:1038
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing toevoeging voor voorlopige voorziening
Eiser heeft op 17 december 2024 beroep ingesteld tegen het besluit van 5 november 2024 waarin de Raad voor Rechtsbijstand de aanvraag voor een toevoeging afwees. De toevoeging betrof het indienen van een voorlopige voorziening tegen een verlenging van een overdrachtstermijn.
De rechtbank beoordeelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep, mede omdat eiser meerdere beroepen had lopen en niet langer in Nederland verblijft. De gemachtigde kon geen bewijs leveren van contact met eiser en het ondertekenen van het formulier betalingsonmacht door eiser zelf ontbrak. Hierdoor werd geconcludeerd dat het procesbelang ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het doel van de procedure, het verkrijgen van een toevoeging voor een voorlopige voorziening, feitelijk geen betekenis meer heeft omdat de definitieve besluitvorming al heeft plaatsgevonden. Ook is niet aannemelijk dat eiser schade heeft geleden door het niet verlenen van de toevoeging.
Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter M.M.L. Wijnen en griffier A. Buijk-Ibrahimovic op 20 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de toevoeging is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en contact met de gemachtigde.