ECLI:NL:RBOBR:2025:8904

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
C/01/414841 / FA RK 25/163
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voornaamswijziging wegens onvoldoende zwaarwichtig belang

In deze zaak heeft de Rechtbank Oost-Brabant op 14 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot wijziging van de voornamen van de verzoeker. De verzoeker, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] en wonende in [woonplaats], heeft het verzoek ingediend met de stelling dat hij al sinds zijn geboorte de roepnaam [X] draagt, terwijl zijn officiële voornamen niet overeenkomen met deze roepnaam. Hij heeft aangevoerd dat hij vernoemd is naar overleden familieleden met wie hij geen band heeft en dat het voor hem hinderlijk is dat hij anderen regelmatig moet corrigeren over zijn officiële voornamen. Dit leidt tot problemen in officiële documenten, wat resulteert in gedoe, vertraging en soms kosten. Daarnaast heeft hij aangegeven dat zijn officiële voornamen katholiek zijn, terwijl hij zich heeft uitgeschreven bij de kerk, en dat een van zijn voornamen een vrouwelijke connotatie heeft.

De rechtbank heeft in haar beoordeling vastgesteld dat wijziging van voornamen alleen kan worden gelast indien er een voldoende zwaarwichtig belang bestaat, zoals vastgelegd in artikel 1:4 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarbij het belang van de bescherming van het privéleven onder artikel 8 EVRM is meegenomen. De rechtbank concludeert dat de hinder die de verzoeker ondervindt van het niet overeenkomen van zijn officiële voornamen met zijn roepnaam, op zichzelf niet voldoende is om te spreken van een zwaarwichtig belang. De rechtbank oordeelt dat het belang bij naamsconsistentie in dit geval zwaarder weegt dan de persoonlijke voorkeur van de verzoeker. Daarom heeft de rechtbank het verzoek tot voornaamswijziging afgewezen.

De beschikking is gegeven door mr. V.R. de Meyere en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/414841 / FA RK 25/1639
Uitspraak : 14 november 2025
Beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van:

[verzoeker] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
hierna te noemen: verzoeker,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. C.D.R. Schoonderbeek.

De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 april 2025;
  • een F9-formulier met bijlage van 1 mei 2025.
De zaak is mondeling behandeld op 17 oktober 2025.
Verschenen zijn verzoeker en zijn advocaat.

Het verzoek

Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoeker van: [voornaam betrokkene] in: [X] .

De beoordeling

De rechtbank kan wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon als daarvoor een voldoende zwaarwichtig belang bestaat (artikel 1:4 Burgerlijk Wetboek).
Voor de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang dient aansluiting te worden gezocht bij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Omdat voornamen een middel zijn om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren, vallen zij onder het begrip privéleven zoals bedoel in artikel 8 EVRM. Het door dit artikel beschermde belang brengt met zich mee dat inmenging van enig openbaar gezag niet is toegestaan. Niet iedere regulering houdt evenwel ook een inmenging in. Een weigering om een voornaam te wijzigen kan niet zonder meer als ongeoorloofde inmenging worden aangemerkt. Daarvoor zal steeds moeten worden onderzocht of sprake is van een evenwichtige belangenafweging (“fair balance”) tussen enerzijds de belangen van het individu en anderzijds de belangen van de Staat, waarbij niet uit het oog mag worden verloren dat de Staat/de rechter een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt.
Of de weigering om een voornaam te wijzigen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, hangt af van de mate van ongemak en overlast die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen.
Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij al sinds zijn geboorte de roepnaam [X] draagt. Zijn officiële voornamen komen hiermee niet overeen. Hij is vernoemd naar overleden familieleden met wie hij niets heeft. Verzoeker vindt het hinderlijk dat hij anderen regelmatig moet corrigeren, omdat zijn roepnaam afwijkt van zijn officiële voornamen. Dit gaat ook vaak fout in officiële documenten, wat gedoe, onnodige vertraging en soms ook kosten oplevert. Tot slot heeft verzoeker katholieke voornamen, terwijl hij zich heeft uitgeschreven bij de kerk. Verzoeker vindt het ook vreemd dat de voornaam ‘ [derde voornaam betrokkene] ’ een verwijzing is naar een vrouwelijke naam.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang bij wijziging van de voornamen van verzoeker. Het is heel gebruikelijk dat iemands officiële voornamen niet overeenkomen met de in het dagelijks leven gehanteerde roepnaam. Dat verzoeker daarvan enige hinder ondervindt, levert op zichzelf geen zwaarwichtig belang op bij wijziging van de voornamen. Het belang bij naamsconsistentie dient in dit geval naar het oordeel van de rechtbank zwaarder te wegen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. V.R. de Meyere, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 14 november 2025.
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.