In deze zaak heeft de Rechtbank Oost-Brabant op 14 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot wijziging van de voornamen van de verzoeker. De verzoeker, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] en wonende in [woonplaats], heeft het verzoek ingediend met de stelling dat hij al sinds zijn geboorte de roepnaam [X] draagt, terwijl zijn officiële voornamen niet overeenkomen met deze roepnaam. Hij heeft aangevoerd dat hij vernoemd is naar overleden familieleden met wie hij geen band heeft en dat het voor hem hinderlijk is dat hij anderen regelmatig moet corrigeren over zijn officiële voornamen. Dit leidt tot problemen in officiële documenten, wat resulteert in gedoe, vertraging en soms kosten. Daarnaast heeft hij aangegeven dat zijn officiële voornamen katholiek zijn, terwijl hij zich heeft uitgeschreven bij de kerk, en dat een van zijn voornamen een vrouwelijke connotatie heeft.
De rechtbank heeft in haar beoordeling vastgesteld dat wijziging van voornamen alleen kan worden gelast indien er een voldoende zwaarwichtig belang bestaat, zoals vastgelegd in artikel 1:4 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarbij het belang van de bescherming van het privéleven onder artikel 8 EVRM is meegenomen. De rechtbank concludeert dat de hinder die de verzoeker ondervindt van het niet overeenkomen van zijn officiële voornamen met zijn roepnaam, op zichzelf niet voldoende is om te spreken van een zwaarwichtig belang. De rechtbank oordeelt dat het belang bij naamsconsistentie in dit geval zwaarder weegt dan de persoonlijke voorkeur van de verzoeker. Daarom heeft de rechtbank het verzoek tot voornaamswijziging afgewezen.
De beschikking is gegeven door mr. V.R. de Meyere en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, binnen drie maanden na de uitspraak.