Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
Dat is ketamine die ik gebruik voor mijzelf (…) De ketamine in de kluis is alleen van mij.’. Verdachte schatte in dat de hoeveelheid van de aangetroffen ketamine een kleine kilo bedroeg. Hoewel er meer ketamine lag dan één kilo, stelt de rechtbank aan de hand van voornoemde verklaring vast dat hoe dan ook een deel van de aangetroffen hoeveelheid ketamine zich in de machtssfeer van verdachte bevond en hij hiervan wetenschap had. Naar het oordeel van de rechtbank leidt dat gegeven er mede toe dat de resterende hoeveelheid ketamine, die evengoed in de kluis werd aangetroffen, zich eveneens in de machtssfeer van verdachte bevond en hij daarvan – op zijn minst in voorwaardelijke zin – bewust moet zijn geweest.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van de feiten en van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
- verklaart het onder 1,2 en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor onder 1, 2 en 3 bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
gevangenisstrafvoor de duur van
29 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.