4.2.Eisers hebben ter onderbouwing van deze vorderingen onder meer het volgende gesteld.
Gedaagden hebben werkzaamheden (laten) verricht(en) aan de riolering in [adres] en/of aan de waterleiding in en naar de percelen van eisers in deze straat. Na afronding daarvan komt meerdere malen per jaar water te staan in de watermeterput en de kelderkast in de woningen van eisers. Vóór deze werkzaamheden was nooit sprake van dergelijke wateroverlast. De door eisers ingeschakelde deskundige, DEKRA Experts, heeft geconcludeerd dat er causaal verband bestaat tussen het werk en de schade van eisers. Het door eisers (bij dagvaarding als productie 9) overgelegde rapport van Dekra van 30 maart 2023 houdt onder meer het volgende in:
“
Conclusie 1
Op basis van […]de verklaringen en door partij 2 [rechtbank: [A] , [adres 2] ] verstrekte foto’s en filmpjes concluderen wij dat het ontstaan van de waterlast een relatie heeft met de optimalisatie van de [naam wijk] . […]
Conclusie 2
Op basis van de uitspraken van […] [B] , [C] , [D] en partij 2 concluderen wij dat in het kader van de optimalisatie geen drainage is aangebracht, waardoor in "natte” periode de grondwaterstand de bodem van de watermeterputten en van de kelderkast van de partijen 1 [rechtbank: eiser [eiser sub 1] ] , 2, 3 [rechtbank: eiser [eiser sub 3] ] en 4 [rechtbank: [E] [adres 5] overstijgt. Voornoemde blijkt ook uit de door partij 2 verstrekte meetgegevens van de peilbuismetingen. […]
Conclusie 3
Door de wijze van vervanging van de Tyleen drinkwaterleiding is de omliggende grond geroerd […] en is ter plaatse van de doorgang van de watermeterput ruimte […] ontstaan rondom de tyleenleiding, waardoor bij een hoge grondwaterstand ook via voornoemde ruimte grondwater in de watermeterput stroomt, waarna het grondwater zich langs de koperen drinkwaterleidingen verplaatst naar de kelderkast”.
Er zijn meerdere oorzaken voor de schade van eisers. Deze hebben te maken met het werk.
Een oorzaak betreft het onrechtmatige handelen van de gemeente jegens eisers doordat het werk in 2019 tot gevolg heeft gehad dat de grondwaterstand ter plaatse hoger is geworden dan de hoogst toelaatbare grondwaterstand ter plaatse. Het rapport van Dekra houdt dienaangaande onder meer in:
“Volgens het toetsingscriteria (bron: Wareco Ingenieurs, rapport 04-11-2009) mag de hoogst toelaatbare grondwaterstand onder straten en wegen, vanwege de aanwezigheid van kabels en leidingen, maximaal gelegen zijn op 700 mm beneden het hoogste punt van de as van de weg. Dit niveau mag tijdens natte perioden overschreden worden; echter alleen ter plaatse van wegen en straten. De hoogst toelaatbare grondwaterstand in een stedelijke omgeving (daarvan is hier sprake) mag bij woningen met kruipruimtes 900mm onder het woningpeil zijn gelegen en bij woningen zonder kruipruimten mag dit maximaal 500mm zijn. Beiden mogen een maximale overschrijdingsfrequentie hebben van 1 maal per jaar. De hoogst gemeten grond-waterstand ter plaatse van de woningen van de partijen 1, 2, 3 en 4 is circa 9,04+NAP geweest ofwel 300mm onder het vloerpeil. Voorts begrepen wij van partijen dat regelmatig water in de watermetenpunten stroomt en dat betekent dat overschrijdingsfrequentie van de richtlijn meer dan 1 maal per jaar voorkomt”.
Het is een eigenaar van een erf (hier: de gemeente) niet toegestaan om op een onrechtmatige wijze wijzigingen aan te brengen in de loop, hoeveelheid of hoedanigheid van het grondwater (zie artikel 5:39 BW). Volgens Dekra had de verhoogde grondwaterstand voorkomen kunnen worden als drainage was aangebracht.
Op de gemeente rust de verplichting om maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is (zie artikel 2.16 lid 1 sub a onder 2 Omgevingswet en artikel 3.6 lid 1 van de voormalige Waterwet). De gemeente heeft dat nagelaten door geen drainage aan te laten brengen en door voorafgaand aan het werk geen onderzoek te doen naar de gevolgen van de nieuwe riolering voor omwonenden.
Het had op de weg van [gedaagde sub 3] als professioneel aannemer gelegen om de gemeente te waarschuwen voor het ontbreken van drainage bij het uitvoeren van het werk. [gedaagde sub 3] had de opdracht niet mogen uitvoeren zonder daarbij rekening te houden met de negatieve gevolgen die dit voor de omwonenden zou kunnen hebben, mede gelet op de relatief simpele aanpassing van de opdracht en de mogelijk grote gevolgen voor de omwonenden. Dit betekent dat sprake is van een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dit heeft schade tot gevolg (gehad).
Een andere oorzaak betreft de nieuwe waterleiding die Brabant Water heeft aangebracht in de woningen van eisers. Volgens Dekra kan langs de waterleiding water in deze woningen geraken. Het rapport van Dekra houdt dienaangaande onder meer in:
“Naast het via de bodem van de watermeterputten en de kelderkasten dringt in perioden van grondwaterstijging ook water binnen langs de nieuw aangebrachte Tyleen drinkwaterleiding en verplaatst het in de watermeterput binnendringend grondwater zich ook langs de koperen drinkwaterleidingen naar de kelderkast. Volgens de heer [F] van BGM is het saneren van de dienstwaterleidingen uitgevoerd door [gedaagde sub 3] . Daarbij is de oude leiding losgekoppeld en vervolgens vastgemaakt aan de nieuwe tyleenleiding, waarna deze oude leiding inclusief koppelstukken aan de onder/voorzijde van de watermeterput door het zandbed naar buiten is getrokken, aldus […] [F] . Tijdens onze bezoeken constateerden wij rondom de nieuwe Tyleen drinkwaterleiding ruimte en breuken c.q. loszittende stenen van de watermeetputwand”.
Brabant Water had de drinkwaterleiding deugdelijk moeten (laten) aanbrengen in de woningen van eisers. Door dit na te laten heeft zij in strijd gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Hierdoor ontstaat schade in deze woningen. Deze onrechtmatige daad kan aan Brabant Water worden toegerekend, omdat deze te wijten is aan haar schuld. Indien vast komt te staan dat Brabant Water het werk door een derde heeft laten uitvoeren dan doet dat feit niks af aan haar aansprakelijkheid (zie artikel 6:171 BW).
Nu de schade van eisers het gevolg kan zijn van ten minste twee gebeurtenissen waarvoor een andere gedaagde aansprakelijk is en vast staat dat de schade door ten minste één van deze gebeurtenissen is ontstaan, rust de verplichting om de volledige schade te vergoeden op alle gedaagden. Gedaagden zijn daarmee tevens hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schade.