Uitspraak
1.De procedure
- de akte van bewijslevering van [eiser] van 2 januari 2025
- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 3 juni 2025
- de e-mail van [eiser] van 29 oktober 2025, waarin hij afziet van contra-expertise
- de conclusie na bewijslevering aan de zijde van [eiser] van 20 november 2025.
2.Inleiding
- [A] (de vrouw van [eiser] )
- [B] (de zoon van [eiser] ), en
- [C] (de buurman van [eiser] ).
- [D] (de eigenaar van Washin7) en
- [E] (de medewerker die [eiser] destijds de wasstraat in heeft geleid)
3.De beoordeling
- in het wasstraatproces de auto eerst wordt voorgereinigd en daarna met hogedrukspuiten wordt schoongespoeld;
- pas daarna voor het eerst sprake is van frictie omdat vanaf dat moment de borstels in beeld komen;
- eventuele door borstels te ontstane krassen vanwege de consequente positionering en draairichting van de borstel steeds dezelfde krasrichting zouden moeten hebben;
- de eenduidigheid van de krasrichting wordt ondersteund door het feit dat toen vroeger werd gewerkt met PE-borstels, het restmateriaal van de borstels eenduidige horizontale lijnen trok;
- er geen wezenlijke variaties optreden in de krasrichting vanwege de druk van de borstels en zeemlappen op het contactoppervlak;
- de zeemlappen pas ná de borstelfase – namelijk in de
- het niet onmogelijk is dat er krasschade ontstaat in een wasstraat, maar dat dit dan te maken heeft met ofwel een technisch mankement aan bijvoorbeeld de watertoevoer, ofwel met een afgebroken antenne;
- dergelijke schade dan in de regel ook zal worden aangetroffen op andere auto’s die door de wasstraat zijn gegaan.
ontbrekenvan schade aan de auto en niet op de schadetoedracht, de kantonrechter bij de beoordeling van de geloofwaardigheid ook acht zal slaan op de aannemelijkheid van het ontstaan van de schade. Indien het hoogst onaannemelijk is dat de gestelde schade kan zijn ontstaan in de wasstraat, dan doet dat immers afbreuk aan de geloofwaardigheid van de getuigen.