Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
De vordering van de benadeelde partij.
DE UITSPRAAK
spreekt hem daarvan vrij;
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak heeft de Rechtbank Oost-Brabant op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van verkrachting. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten, omdat er onvoldoende bewijs was om tot een bewezenverklaring te komen. De zaak was aanhangig gemaakt bij dagvaarding op 29 oktober 2025, en de zitting vond plaats op 5 december 2025. De rechtbank heeft de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer, die meermalen had verklaard dat de verdachte haar had verkracht, beoordeeld op hun betrouwbaarheid. Hoewel de rechtbank de verklaringen als betrouwbaar beschouwde, was er geen voldoende steunbewijs aanwezig om de beschuldigingen te onderbouwen. De getuigenverklaringen en medische gegevens konden niet als steunbewijs dienen, omdat ze niet bevestigden dat de verdachte daadwerkelijk de seksuele handelingen had verricht zoals ten laste gelegd. De rechtbank concludeerde dat de beschuldiging niet bewezen kon worden en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding, waarbij de proceskosten voor beide partijen werden vastgesteld. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank, bestaande uit drie rechters, en is openbaar gemaakt op 19 december 2025.