4.1.Als vóór 1 januari 2024 een overtreding heeft plaatsgevonden én een last onder dwangsom is opgelegd voor die overtreding, dan blijft op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de IwOw op die opgelegde last onder dwangsom het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Ow van toepassing tot het tijdstip waarop de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven. Nu de last is opgelegd bij besluit van 19 december 2023 betekent dit dat het oude recht (Wabo) van toepassing blijft.
5. De rechtbank gaat bij de beoordeling van de beroepen uit van de volgende feiten.
- Bij brief van 16 december 2019 is door het college, naar aanleiding van een principeverzoek voor het omzetten van de bedrijfsbestemming aan de [adres] / [adres] in [vestigingsplaats] , aangegeven dat de [adres] en [adres] met het vaststellen van een nieuwe bestemming in plaats van de huidige bedrijfsbestemming de bestemming “Gemengd” zal krijgen.
- Op 19 juli 2020 is -vanwege het ontbreken van de aanduiding “bedrijfswoning” op het pand [adres] - een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van dit pand (de voorste bebouwing op het perceel) als bedrijfswoning.
- Op 21 september 2023 heeft eiseres een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de activiteit “handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” en “bouwen” voor het tijdelijk (vijf jaar) huisvesten van maximaal 15 arbeidsmigranten in het pand (hoofdgebouw) aan de [adres] . Het betreft een voormalig kantoorgebouw met plat dak. De activiteit “bouwen” ziet op interne bouwkundige aanpassingen t.b.v. de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. Gelet op bijgevoegde plattegrond is sprake van 1 woonkamer, een keuken, 4 douches, 7 slaapkamers (waarvan er 6 geschikt zijn voor maximaal 2 werknemers en 1 slaapkamer voor maximaal 3 werknemers) en een opslagruimte.
- Bij brieven van 28 september 2023 respectievelijk bij brief van 13 oktober 2023 zijn door derde partijen verzoeken om handhaving gedaan terzake illegale bewoning door arbeidsmigranten in de bedrijfsruimte en woning aan de [adres] (bedrijfspand)/ [adres] (bedrijfswoning) te [vestigingsplaats] .
- Bij primair besluit van 19 december 2023 heeft het college aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd voor het gebruik van het bedrijfsgebouw aan de [adres] te [vestigingsplaats] voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Hierbij is een dwangsom opgelegd van € 5.000,- per maand waarbij een deel van de maand wordt gerekend als een maand met een maximum van € 15.000,-. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt.
- Bij primair besluit van 20 februari 2024 heeft het college de omgevingsvergunning voor de huisvesting van 15 arbeidsmigranten voor de duur van maximaal 5 jaar aan de [adres] in [vestigingsplaats] geweigerd.
Tegen dit besluit heeft eiseres bij schrijven van 22 maart 2024 bezwaar gemaakt.
- Bij besluit op bezwaar van 17 april 2024 heeft het college de last onder dwangsom in stand gelaten. Tegen dit besluit is door eiseres beroep ingesteld (SHE 24/2322).
- Bij besluit op bezwaar van 24 september 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag om een omgevingsvergunning gebleven. Tegen dit besluit is eveneens door eiseres beroep ingesteld (SHE 24/3817).
Weigering omgevingsvergunning (SHE 24/3817):
Omgevingsvergunning van rechtswege
6. De aanvraag is door het college beoordeeld met toepassing van artikel 2.12 lid 1 onder 2° Wabo juncto artikel 4 lid 9 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het pand ligt binnen de bebouwde kom. Dit betekent dat de reguliere procedure voor het nemen van een besluit op de aanvraag van toepassing is.