Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 december 2025 in de zaak tussen
enhet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad, het college
[naam bedrijf]uit [plaatsnaam] , vergunninghouder
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak hebben verzoekers bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het exploiteren van een dierenhotel. De voorzieningenrechter heeft op 16 december 2025 uitspraak gedaan en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gevolgen van het vergunde gebruik niet zodanig zijn dat een schorsing van de omgevingsvergunning gerechtvaardigd is. De vergunninghouder had de aanvraag voor de omgevingsvergunning op 8 november 2023 ingediend, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad verleende deze vergunning op 11 september 2025. Verzoekers, die zelf een onderneming drijven met soortgelijke activiteiten, vrezen voor negatieve effecten op hun woon- en leefomgeving, met name geluidsoverlast door de aanwezigheid van maximaal 75 honden en 25 katten in het dierenhotel. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de exploitatie van het dierenhotel in strijd is met het bestemmingsplan, maar dat dit niet leidt tot een schorsing van de omgevingsvergunning. De voorzieningenrechter heeft de belangen van de vergunninghouder zwaarder laten wegen dan die van de verzoekers, omdat er geen bewijs is geleverd van onomkeerbare schade of ernstige overlast. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.