Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen
Vrijspraak feit 3
Net als de officier van justitie gaat de rechtbank er voorts niet vanuit dat aangever, de verdachte en de medeverdachten vanaf het zandpad in Uden/Zeeland op enig moment terug zijn gereden naar de woning van aangever in Erp. Verdachte heeft dit ter terechtzitting stellig ontkend, terwijl hij het ten laste gelegde op andere punten wel heeft bekend en ook belastend over zichzelf heeft verklaard. De rechtbank ziet verder geen aanwijzingen in het dossier die dit onderdeel van de verklaring van aangever ondersteunen.
in Erp, gemeente Meierijstad, betrokken is geweest bij diefstal al dan niet met geweld (primair) of afpersing (subsidiair) van aangever, terwijl daarbij de telefoon, bankpas en het legitimatiebewijs van aangever zijn buitgemaakt.
Bewijs ten aanzien van feit 1, 2 en 5
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , opgemaakt op 14 april 2025, p. 124-132;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt op 3 november 2025, los document met pagina 1-17 en onderdeel van dossier PL2100-2025082067.
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , opgemaakt op 18 maart 2025, met bijlagen, p. 340-361;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt op 3 november 2025, los document met pagina 1-17 en onderdeel van dossier PL2100-2025082067.
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , opgemaakt op 10 april 2025, p. 598-602;
- het proces-verbaal aan aanvullend verhoor van aangever [slachtoffer 4] , opgemaakt op 4 mei 2025, p. 679-685;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt op 3 november 2025, los document met pagina 1-17 en onderdeel van dossier PL2100-2025082067.
De bewezenverklaring
,weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan van geweld tegen die [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden, toen die [slachtoffer 1] in zijn auto was ingestapt en het bestuurdersportier wilde sluiten, dat bestuurdersportier heeft vastgepakt en heeft tegengehouden en meermalen tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Ik doe niks", en het bijrijdersportier heeft geopend en heeft geprobeerd in genoemde auto in te stappen,
enwederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en
enwederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van geld dat aan die [slachtoffer 4] toebehoorde, van die [slachtoffer 4] geld heeft geëist en tegen die [slachtoffer 4] heeft geschreeuwd of hij een pinpas en geld bij zich had en die [slachtoffer 4] op krachtdadige wijze in diens gezicht heeft gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De strafbaarheid van het feit
De strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
gevangenisstraf voor de duur van 24 maandenopleggen,
waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De rechtbank zal bepalen dat de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten in mindering komt op het onvoorwaardelijke strafdeel.