ECLI:NL:RBOBR:2025:7900

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
C/01/418190 / FA RK 25-3256
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 AlimentatieverordeningArt. 3 Haags protocolArt. 1:392 BWArt. 3:296 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot nakoming van alimentatieovereenkomst voor minderjarige

De vrouw verzoekt de rechtbank om de man te veroordelen tot nakoming van een schriftelijke alimentatieovereenkomst waarin de man zich verbond tot betaling van €200 per maand voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind. De man heeft deze verplichting niet nagekomen en heeft geen verweerschrift ingediend.

De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De relatie tussen partijen is op 1 december 2024 verbroken en de alimentatieovereenkomst is schriftelijk vastgelegd. Nakoming wordt gevorderd op grond van verzuim van de man, waarvoor geen ingebrekestelling vereist is.

De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze ook geldt tijdens eventuele hoger beroepsprocedures. Elke partij draagt de eigen proceskosten. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €200 per maand kinderalimentatie, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/418190 / FA RK 25-3256 Datum uitspraak: 20 november 2025
Beschikking nakoming kinderalimentatie
in de zaak van
[verzoekster], hierna te noemen de vrouw,
wonend in [woonplaats] , advocaat mr. R.H. Ebbeng uit Veldhoven,
en
[verweerder],
hierna te noemen de man, wonend in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de vrouw, ontvangen op 8 augustus 2025.
1.2.
De man heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.
1.3.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.

2.Wat vaststaat

2.1.
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad.
2.2.
De vrouw en de man hebben beiden de [buitenlandse] nationaliteit.
2.3.
Het minderjarige kind van partijen is
[naam kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] . Het kind woont bij de vrouw.

3.De beoordeling

De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
3.1.
De rechtbank is bevoegd te beslissen op het verzoek van de vrouw en Nederlands recht is van toepassing.1
1 Art. 3 Alimentatieverordening en art. 3 Haags Pro protocol.
Nakoming
3.2.
De vrouw verzoekt om de man te veroordelen tot nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst inhoudende dat de man met ingang van 1 januari 2025 bij vooruitbetaling aan haar een bijdrage betaalt van € 200,00 per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, althans vast te stellen dat de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding € 200,00 per maand bedraagt, althans enig bedrag door de rechtbank vast te stellen.
3.3.
De rechtbank overweegt dat door de vrouw niet weersproken is gesteld dat de relatie van partijen op 1 december 2024 is verbroken en dat partijen bij schriftelijke overeenkomst zijn overeengekomen dat de man als onderhoudsbijdrage voor de minderjarige een bedrag van € 200,00 per maand voldoet aan de vrouw bij voortuitbetaling te voldoen, telkens voor de 25e dag van iedere maand. De man voldoet niet aan deze onderhoudsverplichting.
3.4.
De vrouw vraagt nakoming van de onderhoudsverplichting. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:AF8125, volgt dat alle procedures die zijn gebaseerd op enige bepaling van Boek 1 Burgerlijk Wetboek bij verzoekschrift moeten worden ingeleid. Dit geldt ook in een geval dat partijen een alimentatieovereenkomst zijn overeengekomen die niet wordt nagekomen.
3.5.
Voor nakoming is nodig dat de schuldenaar in verzuim is. Wanneer een termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen is een ingebrekestelling niet nodig.
3.6.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen tot nakoming van de alimentatieovereenkomst kan worden toegewezen zoals verzocht.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.7.
De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst dit verzoek toe.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
veroordeelt de man tot nakoming van de tussen partijen gesloten alimentatieovereenkomst inhoudende dat de man met ingang van 1 januari 2025 bij vooruitbetaling aan de vrouw een bijdrage betaalt van € 200,00 per maand in de kosten van [naam kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
4.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
4.3.
bepaalt dat elke partij de eigen kosten van deze procedure draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Geerits, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 20 november 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.