De vrouw verzoekt de rechtbank om de man te veroordelen tot nakoming van een schriftelijke alimentatieovereenkomst waarin de man zich verbond tot betaling van €200 per maand voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind. De man heeft deze verplichting niet nagekomen en heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De relatie tussen partijen is op 1 december 2024 verbroken en de alimentatieovereenkomst is schriftelijk vastgelegd. Nakoming wordt gevorderd op grond van verzuim van de man, waarvoor geen ingebrekestelling vereist is.
De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze ook geldt tijdens eventuele hoger beroepsprocedures. Elke partij draagt de eigen proceskosten. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.