ECLI:NL:RBOBR:2025:7797
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- H.M.H. de Koning
- F.R. Roll
- M.F.M.T. Franke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens te late indiening en gebrek aan gegronde partijdigheidsvrees
De wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek tot wraking van mr. V.R. de Meyere, rechter in meerdere zaken betreffende gezag en omgang van een minderjarige zoon. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig had gehandeld door het toelaten van een jurist van de Stichting Jeugdbescherming Brabant bij de zitting zonder voorafgaande kennisgeving, wat leidde tot een ongelijkwaardige positie.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, hetgeen moet worden onderbouwd met concrete omstandigheden. Het verzoek werd pas zeven dagen na de zitting ingediend, terwijl de gronden reeds tijdens de zitting bekend waren. Dit leidde tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek, zonder inhoudelijke beoordeling.
De wrakingskamer benadrukte dat het tijdig indienen van een wrakingsverzoek essentieel is om onnodige vertraging te voorkomen en de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen. Een mondelinge behandeling van het verzoek vond niet plaats, aangezien het debat over de gegrondheid niet aan de orde was. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens te late indiening en verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard.