Verzoekster heeft bij de rechtbank Oost-Brabant een verzoek ingediend tot wijziging van haar voornaam. Zij ervaart haar huidige voornaam als zeer ongemakkelijk omdat deze het woord 'man' bevat, waardoor zij regelmatig als man wordt aangesproken, zowel mondeling als schriftelijk. Daarnaast wordt zij geconfronteerd met voortdurende vragen over de spelling en uitspraak van haar voornaam, wat haar in het verleden ook tot slachtoffer van pesterijen maakte.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting waarbij verzoekster en haar advocaat aanwezig waren. Op grond van artikel 1:4 lid 4 vanPro het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank een voornaamswijziging gelasten indien er sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang. De rechtbank acht dit belang aanwezig gezien de emotionele belasting en het ongemak dat verzoekster ondervindt.
De rechtbank heeft tevens vastgesteld dat de gewenste nieuwe voornaam niet ongepast is en niet overeenkomt met een bestaande geslachtsnaam, zoals bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BWPro. Daarom wordt het verzoek toegewezen en wordt de ambtenaar van de burgerlijke stand ambtshalve opgedragen de wijziging in de geboorteakte door te voeren.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open, uitsluitend via een advocaat, binnen drie maanden na de uitspraak voor verzoekster en belanghebbenden.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornaam wordt toegewezen wegens zwaarwichtig belang.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/415087 / FA RK 25/1758
Uitspraak : 14 oktober 2025
Beschikking over een voornaamswijziging in de zaak van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen: verzoekster, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. E. Sahin.
De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 april 2025.
De zaak is behandeld ter zitting van 19 september 2025. Verschenen zijn verzoekster en haar advocaat.
Het verzoek
Verzoekster vraagt te bepalen dat haar voornaam wordt gewijzigd in “ [voornaam 1] ” en de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten deze wijziging toe te voegen aan de geboorteakte.
De beoordeling
De rechtbank kan op grond van artikel 1:4 lid 4 vanPro het Burgerlijk Wetboek wijziging van een voornaam gelasten. Voor zo’n wijziging moet sprake zijn van een voldoende zwaarwichtig belang.
De rechtbank is op basis van de toelichting van verzoekster tijdens de zitting van oordeel dat sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang bij wijziging van haar voornaam. Dit wordt als volgt toegelicht.
Verzoekster ervaart haar voornaam al jaren als erg ongemakkelijk. Omdat haar voornaam het woord “man” bevat, wordt zij regelmatig als man aangesproken. In brieven of e-mails wordt bijvoorbeeld de aanhef “meneer” gebruikt. Bovendien krijgt verzoekster steeds vragen over hoe haar voornaam moet worden gespeld en uitgesproken. Het lukt niemand om haar voornaam op de juiste manier uit te spreken. In haar jeugd is zij ook met haar voornaam gepest. Haar voornaam herinnert haar aan dit pestverleden. Verder “klopt” haar voornaam gevoelsmatig niet voor verzoekster, omdat zij iedere keer wordt gezien als man. Verzoekster is het beu om anderen steeds te moeten corrigeren en wordt hier regelmatig verdrietig van.
Het is de rechtbank niet gebleken dat de door verzoekster gewenste voornaam ongepast is in de zin van artikel 1:4 lid 2 vanPro het Burgerlijk Wetboek en ook niet dat deze overeenstemt met een bestaande geslachtsnaam.
Het verzoek zal daarom worden toegewezen, behalve voor wat betreft de opdracht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand om deze wijziging toe te voegen aan de geboorteakte. De ambtenaar van de burgerlijke stand zal daartoe ambtshalve overgaan, zonder dat daarvoor een opdracht van de rechtbank nodig is.
De beslissing
De rechtbank:
gelast de wijziging van de voornaam [voornaam 2] in: [voornaam 1] .
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.