Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
2.De zaak in het kort
inkomsten uit provisievan Le Cocq Holding Didam II B.V. (hierna: LCHD), te weten:
huurinkomsteningevolge het gebruik van [naam pand] voor
opvang van asielzoekers, te weten:
overige huurinkomsten, te weten:
1.Het verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor
rechtsbetrekking,
voldoende belanghebben bij de gevraagde informatie,
voldoende bepaaldzijn, en
5.De beslissing
binnen twee wekenna de datum van deze beschikking schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van Civiele Raadkamer, team handel - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
december 2025 tot en met april 2026moet opgeven waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
- de deskundige dient
- de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen
- partijen kunnen desgewenst
- indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,
- indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
binnen een in een nadere beschikking te noemen termijnna het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.Ten aanzien van het inzageverzoek:
Voor wat betreft de app-correspondentie tussen [verzoeker] en haar vader:
overeenkomsten, die zijn gesloten met het COA:
terreinenvan [naam pand] ,
gebouwenen/of
zaken;
facturendie ter zake de huur van of vergoeding voor de onder i. genoemde overeenkomst(en) zijn verzonden aan het COA;
betalingendie ter zake de huur van of vergoeding voor het onder i. genoemde zijn ontvangen, telkens met vermelding van het bedrag, de transactiedatum, en de tegenrekening van elke betaling,
betalingendie ter zake van huurbetaling of vergoeding zijn ontvangen, telkens met vermelding van het bedrag, de transactiedatum, en de tegenrekening van elke betaling:
terreinenvan [naam pand] ,
gebouwenen/of
zaken;