Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven
Als derde-partijen nemen aan de zaken deel: [naam]
Samenvatting
- Is het mobiliteitsplan onderdeel van de omgevingsvergunning voor het bouwplan?
- Kan worden aangesloten bij het nieuwe beleid uit 2024.
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Op 8 maart 2021 heeft het college een omgevingsvergunning (V20/40588) verleend aan [naam] voor het bouwen van een drietal gebouwen met 260 appartementen, 4 grondgebonden woningen en een commerciële ruimte op de begane grond, project [naam] aan [adres] .
- In de omgevingsvergunning voor het bouwproject is in de motivering het volgende opgenomen:
Paraplubestemmingsplan ‘Parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing’.
- Aan de omgevingsvergunning is een mobiliteitsplan gehecht met de stempel ‘behoort bij de omgevingsvergunning’.
- Op deze locatie rusten onder meer het bestemmingsplan “XII Strijp binnen de Ring 2007 (Hartje Eindhoven)” dat is vastgesteld op 26 januari 2021 en het Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021 (verder: het Parapluplan parkeren), dat is vastgesteld op 24 mei 2022. Beide bestemmingsplannen maken na 1 januari 2024 deel uit van het Omgevingsplan gemeente Eindhoven (verder: Omgevingsplan). Het Omgevingsplan is na het bestreden besluit gewijzigd.
- Eiseres beheert en exploiteert het complex. Vergunninghoudster maakt onderdeel uit van de commanditaire vennootschap van eiseres.
- De bewoners van [naam] hebben het verzoek om handhaving op 8 juli 2024 ingediend. Zij hebben aangegeven dat zij tijdens evenementen en wedstrijden van PSV niet mogen parkeren ook al hebben ze een parkeerabonnement voor de garage. Bovendien zijn de 15 deelauto's niet aanwezig.
- Op 30 augustus 2024 is een vooraankondiging handhavend optreden verstuurd.
- Op 19 september 2024 heeft eiseres haar zienswijze bekend gemaakt.
omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.”De rechtbank stelt vast dat de strekking van het voormalige artikel 22.26 van het Omgevingsplan en artikel 5.8 van het Omgevingsplan hetzelfde is. In beide artikelen staat niet letterlijk dat het is verplicht om het bouwwerk te gebruiken conform de eerder verleende omgevingsvergunning. Toch brengt een redelijke uitleg van artikel 22.26 van het Omgevingsplan met zich mee dat eiseres het mobiliteitsplan niet zonder meer terzijde kan leggen. Door te handelen in afwijking van het mobiliteitsplan gebruikt eiseres het bouwwerk in afwijking van (uitgangspunten) van de daarvoor verleende omgevingsvergunning zonder daartoe verleende omgevingsvergunning en is er in beginsel sprake van een overtreding van artikel 22.26 van het Omgevingsplan Eindhoven.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de weigering om de begunstigingstermijn te verlengen ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het besluit van
- bepaalt dat deze voorlopige voorziening vervalt indien er minder dan 60 ‘dedicated’ parkeerplaatsen beschikbaar zijn vanaf heden en als er minder dan twee deelauto’s beschikbaar zijn na 1 december 2025;
- bepaalt dat het college twee keer het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan eiseres.