Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Dienst Toeslagen, verweerder
Samenvatting
Procesverloop en totstandkoming van het besluit
- Besluit met kenmerk UHT-DC I. Dit besluit gaat over de herbeoordeling van de toeslagjaren 2011, 2012 (januari t/m september), 2014 en 2015 (1 januari t/m 3 maart). In het besluit is een compensatie toegekend van € 33.134,-.
- Besluit met kenmerk UHT-DC-I A. Dit besluit gaat over de herbeoordeling van de toeslagjaren 2012 (oktober t/m december), 2013 en 2015 (4 maart t/m 31 december) inzake vooringenomenheid. In het besluit is het verzoek om compensatie afgewezen.
- Besluit met kenmerk UHT-DH5 A. Dit besluit gaat over de herbeoordeling van de toeslagjaren 2012 (oktober t/m december), 2013 en 2015 (4 maart t/m 31 december) inzake hardheid. In dit besluit is het verzoek om compensatie afgewezen.
- over toeslagjaar 2011: dat van het bij het primaire besluit vastgestelde compensatiebedrag over dat jaar moet worden uitgegaan;
- over toeslagjaar 2012: dat eiser over de maand december 2012 wél recht op KOT had en recht op compensatie, maar niet over de maanden oktober en november 2012;
- over toeslagjaar 2013: dat eiser evident geen recht heeft op KOT in dit jaar;
- over toeslagjaar 2015: dat eiser van 4 maart t/m 31 december van dit jaar geen recht had op KOT.
- dat moet worden uitgegaan van de aangepaste componenten zoals verweerder bij de beschouwing in de nieuwe compensatieberekening heeft vastgesteld, aangezien eiser tegen de aanpassing van deze componenten geen bezwaar heeft gemaakt.
Beoordeling door de rechtbank
“Het niet toekennen van compensatie als sprake is van een ernstige onregelmatigheid die aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag (in onderstaand citaat: KOT) toerekenbaar is, sluit aan bij het advies van de Adviescommissie uitvoering toeslagen. Over wanneer in de CAF 11-zaak sprake is geweest van een ernstige onregelmatigheid schrijft die commissie: “Daarvan is in ieder geval sprake indien uit het dossier blijkt dat er evident geen recht op KOT bestond in het onderzochte toeslagjaar. Dit is bijvoorbeeld het geval als het kind waarvoor KOT is aangevraagd niet blijkt te bestaan, ouder is dan de geldende leeftijdsgrens, of in het geheel geen opvang heeft genoten. Een ander voorbeeld vormen de gevallen waarin in twee gezinnen de ouders tegelijkertijd passen op elkaars kinderen, zonder dat een ander dienstverband bestaat. Ook als de toeslagpartner geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland bestaat er evident geen recht op KOT”.