In deze handelszaak tussen meerdere franchisenemers en Vinogroep c.s. staat centraal of eiser sub 6 zijn vorderingen in de procedure heeft overgedragen aan de opvolgend franchisenemer [A] B.V. na verkoop van zijn onderneming.
De rechtbank oordeelt dat de overdracht onvoldoende is onderbouwd. De koopovereenkomst en leveringsakte vermelden niet expliciet de overdracht van de vorderingen, en de procedurele vereisten voor procespartijwisseling zijn niet gevolgd. Hierdoor blijft eiser sub 6 formeel partij, maar zonder concreet belang, wat leidt tot niet-ontvankelijkheid in zijn vorderingen.
Verder bevestigt de rechtbank dat eisers en gedaagde sub 2 recht hebben op een gelijk aantal aandelen in de vennootschap van de franchiseorganisatie. Gedaagde sub 1 wordt gelast activa over te dragen aan een nieuwe vennootschap waarin alle franchisenemers gelijk aandeelhouder zijn. Daarnaast worden diverse proceskostenveroordelingen uitgesproken en worden nadere verplichtingen opgelegd aan franchisenemers voor het aanleveren van financiële gegevens.
De overige vorderingen worden afgewezen en de kostenveroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.