Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen een inzageverzoek op grond van de AVG. Het college had op 8 oktober 2024 een besluit genomen en op 13 mei 2025 alsnog een besluit op het bezwaar van eiseres genomen. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat het college inmiddels een besluit heeft genomen.
Daarnaast richt het beroep zich tegen een primair besluit van 3 april 2025, waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt voordat beroep kan worden ingesteld. Dit deel van het beroep is daarom eveneens niet-ontvankelijk. Het college heeft het bezwaar behandeld als een bezwaarschrift en de rechtbank zendt dit door voor verdere behandeling.
Ten aanzien van het bestreden besluit van 13 mei 2025, waarin het college het inzageverzoek handhaaft, oordeelt de rechtbank dat het overzicht van persoonsgegevens voldoende is verstrekt en dat het beroep ongegrond is. De rechtbank overweegt dat het inzagerecht onder de AVG niet gelijk is aan toegang tot alle bestuurlijke documenten en dat het college heeft voldaan aan zijn motiveringsplicht door te verwijzen naar het advies van de bezwaarschriftencommissie.
Eiseres heeft onvoldoende concreet gemaakt welke persoonsgegevens ontbreken of waarom het overzicht onvolledig zou zijn. De rechtbank legt een begrenzing op aan de omvang van het proces en wijst het beroep af. De uitspraak is gedaan door rechter M.M.L. Wijnen op 8 oktober 2025.