ECLI:NL:RBOBR:2025:6150
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering herstel en vervangende woonruimte na brand in huurwoning
De huurder, rolstoelafhankelijk en woonachtig in een aangepaste woning, vordert in kort geding dat verhuurder binnen vier maanden de woning herstelt en vervangende woonruimte verstrekt vanaf ontslag uit het ziekenhuis. De woning is onbewoonbaar door brand en nog niet hersteld. De verhuurder betwist het spoedeisend belang en wijst op de lopende bodemprocedure en onzekerheid over kosten en verzekeringsgoedkeuring.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder geen spoedeisend belang heeft, mede omdat zij door complicaties langer in het ziekenhuis blijft en de woningherstelkosten nog onduidelijk zijn. Tevens weegt het belang van de verhuurder om de noodzakelijke werkzaamheden niet voortijdig te verrichten zwaarder. De vorderingen worden daarom afgewezen.
De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J. van der Weij en op 18 september 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.