Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2025:6079

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
3 oktober 2025
Zaaknummer
C/01/419406 / KG ZA 25-490
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 557a lid 3 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming van krakers uit woonruimte aan een adres te plaats

Woonbedrijf heeft in kort geding gevorderd dat de krakers de woonruimte aan een adres te plaats ontruimen en niet opnieuw in gebruik nemen. De krakers zijn niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af die onvoldoende bepaald of te verstrekkend zijn, zoals het verbod om alle woningen binnen het plangebied in gebruik te nemen en de dwangsom ter versterking van de ontruiming. Ook wordt een vordering afgewezen wegens gebrek aan belang.

De hoofdvorderingen tot ontruiming en het verkrijgen van een ontruimingstitel worden toegewezen met een termijn van drie kalenderdagen na betekening. Tevens wordt bepaald dat het vonnis binnen drie maanden ook tegen derden ten uitvoer kan worden gelegd vanwege geplande sloopwerkzaamheden.

De krakers worden veroordeeld in de proceskosten van €1.573,47 plus wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Krakers worden veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/419406 / KG ZA 25-490
Vonnis in kort geding van 30 september 2025
in de zaak van
STICHTING WOONBEDRIJF SWS.HHVL,
te Eindhoven,
eiseres,
hierna te noemen: Woonbedrijf,
advocaat: mr. B. Poort,
tegen
ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE [adres],
te [plaats] ,
gedaagden
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 25 september 2025 met 4 producties
  • de mondelinge behandeling op 30 september 2025
  • het tijdens de mondelinge behandeling tegen gedaagden verleende verstek,
1.2.
Tenslotte is vonnis bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde onder IV om gedaagden te verbieden om alle woningen van Woonbedrijf binnen het plangebied, zoals in randnummer 3 van de dagvaarding en het plaatje uit het omgevingsloket is weergegeven, (wederom) in gebruik te nemen of te doen nemen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, zal worden afgewezen nu deze vordering onvoldoende bepaald en (mede daardoor) te verstrekkend is. Bovendien kan Woonbedrijf, als prudent eigenaar van de betrokken woningen, ook zelf maatregelen treffen om het gevaar in te dammen dat de betreffende woningen onrechtmatig in gebruik worden genomen.
2.2.
Het gevorderde onder II zal, nu het gevorderde onder III zal worden toegewezen en Woonbedrijf daarmee de beschikking krijgt over een ontruimingstitel in geval de woning opnieuw wordt gekraakt, worden afgewezen bij gebrek aan (voldoende) belang.
2.3.
De gevorderde dwangsom ter versterking van de onder I gevorderde ontruiming zal eveneens worden afgewezen. Woonbedrijf heeft daarbij, gelet op de mogelijkheid van reële tenuitvoerlegging van het vonnis, onvoldoende belang.
2.4.
De vorderingen onder I en III komen de voorzieningenrechter (voor het overige) niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen als volgt worden toegewezen. Daarbij zal de termijn voor ontruiming worden gesteld op 3 (kalender-)dagen na betekening van dit vonnis. De termijn waarbinnen het vonnis op grond van artikel 557a lid 3 Rv ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woonruimte aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] bevindt, zal, gelet op de planning van de sloopwerkzaamheden, worden beperkt tot een periode van 3 maanden.
2.5.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Woonbedrijf worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 144,47
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat
€ 715,00
Totaal € 1.573,47
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt gedaagden om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de woonruimte staande en gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , met alle daarin aanwezige personen en goederen voor zover deze laatste niet het eigendom zijn van Woonbedrijf, te ontruimen en ontruimd te houden alsmede niet opnieuw in gebruik te nemen, onder afgifte van de sleutels aan Woonbedrijf,
3.2.
bepaalt dat het vonnis op grond van artikel 557a lid 3 Rv binnen een termijn van drie maanden ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woonruimte staande en gelegen de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet,
3.3.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten van € 1.573,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over deze kosten vanaf de vijftiende dag na aanschrijving daartoe,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Schoorlemmer en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025.