Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] , psychiater;
- [naam] , de partner van betrokkene.
Rechtbank Oost-Brabant
Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een GGz-instelling na een ernstig incident waarbij hij zijn schoonvader aanviel en een mes trok. Hij vertoont symptomen van een manisch psychotisch toestandsbeeld met auditieve hallucinaties, spirituele en grootsheidswaanideeën, en milde suïcidaliteit. De burgemeester nam de crisismaatregel op 30 januari 2025.
De officier van justitie verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van deze maatregel voor drie weken. Tijdens de mondelinge behandeling op 3 februari 2025 werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en zijn partner gehoord. De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en het oproepen van agressie.
De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht. Minder bezwarende alternatieven ontbraken. Ondanks betrokkene's verzet en medicatieweigering werd de maatregel proportioneel geacht gezien de ernst van de situatie en het onvoorspelbare gedrag. De machtiging geldt tot en met 25 februari 2025.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel inclusief verplichte zorg en insluiting tot 25 februari 2025.