Partijen hadden een notariële samenlevingsovereenkomst gesloten en zijn in maart 2022 uit elkaar gegaan. De vrouw vordert onder meer de verdeling van het saldo van een gezamenlijke ING Oranje Spaarrekening, betaling van €45.000 vanwege vermeend gezamenlijk spaargeld op haar rekening dat door de man naar zijn rekening is overgemaakt, en een vergoeding wegens overbedeling van de inboedel.
De man erkent het saldo van de gezamenlijke spaarrekening en stelt dat de vrouw al voldoende heeft ontvangen, onderbouwd met bankoverzichten waaruit blijkt dat het vermeende spaargeld van €90.000 al van hem was vóór de samenwoning. De rechtbank oordeelt dat de vrouw onvoldoende heeft aangetoond dat het spaargeld gezamenlijk was en wijst die vordering af.
De rechtbank stelt vast dat de vrouw recht heeft op de helft van de gezamenlijke spaarrekening en het saldo van een andere gezamenlijke rekening, tezamen €30.717,61, waarvan zij €29.043,23 heeft ontvangen. De man wordt veroordeeld het resterende bedrag van €1.674,38 plus wettelijke rente te betalen. De inboedel wordt verdeeld in natura, waarbij ieder de zaken houdt die hij feitelijk bezit. Proceskosten worden gecompenseerd.