In deze civiele procedure vorderen twee besloten vennootschappen, [eiser 1] B.V. en [eiser 2] B.V., ieder afzonderlijk iets van OMG Holding B.V. De vorderingen betreffen respectievelijk betaling van een rekening-courantsaldo en overdracht van aandelen op grond van een aandeelhoudersovereenkomst. OMG Holding stelt dat de vorderingen onvoldoende samenhangen en dat de eiseressen niet gezamenlijk in één procedure mogen optreden, waardoor zij niet-ontvankelijk zouden moeten worden verklaard.
De rechtbank overweegt dat het hier gaat om subjectieve cumulatie, waarbij elke eiseres een eigen vordering heeft tegen dezelfde gedaagde. Volgens vaste rechtspraak kan het ontbreken van voldoende samenhang niet leiden tot niet-ontvankelijkheid. De rechtbank wijst daarom het incident tot niet-ontvankelijkheid af en stelt OMG Holding in het ongelijk.
Verder overweegt de rechtbank dat, hoewel splitsing van het geding mogelijk is bij onvoldoende samenhang, geen van de partijen hierom heeft verzocht en de rechtbank ook geen aanleiding ziet om ambtshalve tot splitsing over te gaan. OMG Holding wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover.
De zaak wordt op 8 oktober 2025 hervat voor verdere behandeling van de hoofdzaak, waarbij OMG Holding zal reageren op de gewijzigde eis.