Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
3.
[gedaagde 3] B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert een buitenlandse rechtspersoon schadevergoeding van drie gedaagden wegens onrechtmatige daad en toerekenbare tekortkoming in de uitvoering van een overeenkomst voor paardentraining en coaching. De eiser stelt dat de trainingen geen waarde hadden vanwege grensoverschrijdend seksueel gedrag van de trainer jegens een ruiter, wat tot psychische schade en prestatieverlies zou hebben geleid.
De rechtbank beoordeelt de internationale rechtsmacht en bevestigt dat Nederlands recht van toepassing is. De vordering tegen een van de gedaagden met betrekking tot stallingskosten is ingetrokken, waardoor deze partij uit de procedure valt. De rechtbank stelt vast dat de eiser onvoldoende feiten en bewijs heeft aangevoerd om aan te tonen dat de geleverde diensten geen waarde hadden of dat het gedrag van de trainer schade heeft veroorzaakt.
De gedaagden hebben gemotiveerd betwist dat er sprake is van onrechtmatig handelen jegens de eiser en wijzen op behaalde sportieve successen en tevredenheid over de samenwerking. De rechtbank concludeert dat de eiser niet aan haar stelplicht heeft voldaan en wijst de vorderingen af. De eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente.
Het vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en op 30 juli 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schadevordering af wegens onvoldoende onderbouwing van de gestelde schade en aansprakelijkheid.