ECLI:NL:RBOBR:2025:4687
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor schuld aan verkeersongeval, wel bewezen gevaar en hinder op de weg
Op 7 augustus 2024 verloor verdachte de controle over zijn motor op de Meerenakkerweg te Eindhoven, wat leidde tot een aanrijding met een fietser die ernstig letsel opliep. Verdachte werd primair ten laste gelegd dat hij door roekeloos en aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag het ongeval had veroorzaakt, subsidiair dat hij gevaar en hinder op de weg had veroorzaakt.
Tijdens de terechtzitting op 10 juli 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte schuld had aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW Pro. Verdachte had de controle verloren, maar er was geen bewijs van aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend handelen. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte door zijn handelen gevaar en hinder op de weg veroorzaakte in strijd met artikel 5 WVW Pro.
De rechtbank legde een geldboete van €750 op, geen rijontzegging, mede gelet op het feit dat verdachte voor zijn werk afhankelijk is van zijn rijbewijs en dat hij verantwoordelijkheid toonde. De officier van justitie had een taakstraf en voorwaardelijke rijontzegging geëist, maar de rechtbank volgde dit niet.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 24 juli 2025, waarbij verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuld aan het ongeval, maar veroordeeld voor het veroorzaken van gevaar en hinder op de weg met een geldboete van €750.