Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de afschaffing van de grote servicebeurt geen publiekrechtelijke rechtshandeling is. Het is een politieke keuze geweest om de grote servicebeurt in te voeren als aanvullende dienst voor alle inwoners van de gemeente Helmond met een indicatie huishoudelijke ondersteuning. Weliswaar gold deze dienst alleen voor inwoners met een indicatie, maar de dienst maakte daarvan geen deel uit. De bezwaarschiftencommissie heeft verder opgemerkt dat uit politieke overwegingen de grote servicebeurt ook weer is afgeschaft per 1 januari 2024. De bezwaarschriftencommissie stelt dat zowel de invoering als afschaffing van de grote servicebeurt niet is vastgelegd in beleids- of nadere regels. Evenmin is deze volgens de bezwaarschriftencommissie gebaseerd op een wettelijke grondslag. De dienst staat volgens de bezwaarschriftencommissie los van de indicatie huishoudelijke ondersteuning. Hoewel de bezwaarschriftencommissie adviseert het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, geeft de commissie het college ter overweging om in dit specifieke geval een gewenningsperiode van een jaar te hanteren, alvorens de servicebeurt af te schaffen. De bezwaarschriftencommissie neemt hierbij in aanmerking dat de grote servicebeurt voor lange tijd aan eiseres is verstrekt en kort na aankondiging is afgeschaft.
Het bestreden besluit
Het standpunt van eiseres
Het besluitkarakter van het de brief van 21 december 2023
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 6 november 2024;
- verklaart het bezwaarschrift van eiseres van 3 januari 2024 niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 50,00 aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,00 aan proceskosten aan eiseres.