De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van mensensmokkel van elf personen met Koerdische en Vietnamese nationaliteit. De personen werden in een geprepareerde trailer vervoerd vanuit Nederland met de bedoeling door te reizen naar Groot-Brittannië.
De zaak is aanhangig gemaakt op 25 april 2024 en onderzocht tijdens meerdere zittingen in 2024 en januari 2025. De politie werd gealarmeerd door een beveiliger die meldde dat personen een container aan het leeghalen waren en later dat er mensen in de trailer zaten. Verdachte werd na een achtervolging aangehouden bij de trailer, waarin elf ongedocumenteerde personen werden aangetroffen, waarvan vijf minderjarig.
Bewijs bestond uit camerabeelden, verklaringen van de beveiliger, telefoononderzoek waaruit veelvuldig contact tussen verdachte en de gesmokkelde personen bleek, en fysieke sporen zoals een kniptang en gebroken zegels aan de trailer. Verdachte ontkende betrokkenheid, maar zijn verklaring werd door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat de toegang of doorreis wederrechtelijk was en dat hij met het oog op financieel gewin handelde. Gezien de ernst van het feit, de betrokken minderjarigen, de recidive van verdachte en zijn rol binnen de samenwerking, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 40 maanden op, lager dan de geëiste 55 maanden. Een geldboete werd niet opgelegd vanwege onvoldoende bewijs van betaling door de gesmokkelden.
Daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerdere voorwaardelijke straf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, opgelegd door de rechtbank Limburg in 2022.