Op 2 november 2024 werd verdachte aangehouden in Eindhoven als bestuurder van een auto waarin een vuurwapen, munitie en cocaïne werden aangetroffen. Verdachte werd beschuldigd van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, het aanwezig hebben van cocaïne en rijden onder invloed van alcohol.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet bewust was van het vuurwapen en de munitie in de auto, noch feitelijke macht daarover had, mede omdat het wapen door een medeverdachte werd verstopt en er geen sporen van verdachte op het wapen werden gevonden. Ook was niet bewezen dat verdachte wetenschap had van de cocaïne, die verborgen lag onder vloermatten en in een tas van de medeverdachte.
Wel werd vastgesteld dat verdachte reed met een ademalcoholgehalte van 210 microgram per liter, wat hoger is dan de toegestane 88 microgram voor beginnende bestuurders. Verdachte bekende dit feit. De rechtbank sprak verdachte vrij van de wapens en drugs, maar veroordeelde hem tot een geldboete van €300 voor rijden onder invloed. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde taakstraf gelast.