Betrokkene verzocht op 17 januari 2025 om opheffing van zijn curatele, stellende dat hij zijn eigen leven wil leiden en zelfredzamer wil worden, hoewel hij erkent nog hulp nodig te hebben bij het financiële beheer. Tijdens de mondelinge behandeling op 15 april 2025, waar ook de curator en begeleider aanwezig waren, heeft betrokkene klachten geuit over de curator die volgens hem niet meewerkt aan zijn zelfredzaamheid.
De curator heeft deze klachten weersproken en toegelicht dat betrokkene momenteel veel boosheid en frustratie ervaart, mede door onduidelijkheid over zijn begeleiding en woonplek. Zijn wantrouwen en het niet willen toelaten van hulp leiden tot voortdurende conflictsituaties.
De kantonrechter heeft uit de stukken en de zitting geconcludeerd dat de curator zijn taken naar behoren heeft uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen zijn dat betrokkene momenteel in staat is zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen. Daarom acht de kantonrechter de curatele nog steeds noodzakelijk en zinvol en wijst het verzoek tot opheffing af.