ECLI:NL:RBOBR:2025:3178
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens niet voldoen aan wachttijd en geen verzoek herziening ZW-uitkering
Eiseres, voormalig verkoopmedewerkster, diende op 11 november 2024 een aanvraag in voor een WIA-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarde van 104 weken arbeidsongeschiktheid. Eiseres betoogde dat haar aanvraag ook moest worden opgevat als een verzoek om terug te komen op de beëindiging van haar ZW-uitkering, welke volgens haar onjuist was en gebaseerd op nieuwe feiten en omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag duidelijk was gericht op een WIA-uitkering en niet op herziening van het eerdere ZW-besluit. Het enkele feit dat eiseres aangaf sinds september 2014 ziek te zijn, was onvoldoende om de aanvraag als een verzoek tot herziening te kwalificeren. Verder stond vast dat eiseres vanaf april 2015 weer geschikt was voor haar werk en daarmee niet voldeed aan de wachttijdvereiste.
De rechtbank kon daarom alleen het bestreden besluit toetsen en verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank wees erop dat indien eiseres alsnog een verzoek tot herziening van het ZW-besluit wil indienen, zij dit rechtstreeks bij het UWV moet doen. Het griffierecht werd niet teruggegeven en proceskosten werden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard.