Eiser was werkzaam als eerste isolatiespecialist bij een bedrijf dat op 13 september 2023 failliet werd verklaard. Na opzegging van zijn arbeidsovereenkomst door de curator vroeg hij een WW-uitkering aan. Het UWV kende aanvankelijk een uitkering toe met een dagloon gebaseerd op 1 augustus 2023 als eerste werkloosheidsdag. Later werd dit gewijzigd naar 27 oktober 2023, wat leidde tot een verlaging van het dagloon en de uitkering.
Eiser stelde dat zijn dagloon onterecht was verlaagd en verwees naar een collega met een hoger dagloon. Het UWV motiveerde dat de wijziging van de eerste werkloosheidsdag de referteperiode wijzigde en dat de situatie van de collega niet vergelijkbaar was vanwege andere inkomsten in de referteperiode.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de hoogte van de WW-uitkering juist had vastgesteld op basis van de geldende wet- en regelgeving en de juiste gegevens. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.