ECLI:NL:RBOBR:2025:3073
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in overspannen woningmarkt
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement, gelegen in een complex uit 2020, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €426.000 voor het kalenderjaar 2024 met waardepeildatum 1 januari 2023. Hij voert onder meer aan dat de waardestijging ten opzichte van eerdere jaren onterecht hoog is en dat de gebruikte vergelijkingsobjecten niet marktconform zijn vanwege de overspannen woningmarkt.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan door de waarde te onderbouwen met een waardematrix opgesteld door een taxateur, waarbij vergelijkingsobjecten zijn gebruikt die recentelijk zijn verkocht en vergelijkbaar zijn qua type en ligging. De overspannen markt leidt tot hogere verkoopprijzen, maar deze weerspiegelen de reële marktwaarde. De stelling van eiser dat emotionele gronden de verkoopprijs beïnvloeden, is onvoldoende onderbouwd.
Verder is geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet verplicht was tot een inpandige opname van de woning, omdat voldoende informatie beschikbaar was. De hinderlijke aanblik van een nabijgelegen gebouw en geluidshinder door buren zijn niet waardedrukkend in voldoende mate aangetoond. Ook is een incidentele fout in de waardering van een andere woning niet relevant voor de waardebepaling van de woning van eiser. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €426.000 wordt ongegrond verklaard.