Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
zijnde MDMA en/of metamfetamine en/of amfetamine en/of cocaïne en/of hennepolie (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
van één of meer soort(en) harddrugs, in elk geval een middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en/of een of meer hoeveelheid/hoeveelheden van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte, en/of haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en);
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
inde woning 472,6 gram MDMA pillen, 20,7 gram amfetamine en cocaïne, 574,4 gram cocaïne en 187,3 gram hasjiesj werd aangetroffen.
feit 1 en feit 2)en van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet (
feit 3).
De bewezenverklaring.
zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
- een taakstraf voor de duur van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis,
- een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.