Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 28 maart 2025;
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 25 – 28);
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 33);
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 37);
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 38);
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 43 – 44);
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 47-48)
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 76-79) en
- de rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 5 januari 2023, zaaknummer 2023.01.05.174 (aanvragen 001, 002, 004, 005, 006, 007 en 008).
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 28 maart 2025;
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 47 – 48);
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 124);
- het proces-verbaal van bevindingen (p. 126-127);
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen (p. 129a-129g); en
- de rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut van 20 maart 2025 (p. 129h-129r).
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
- 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57 van het Wetboek van Strafrecht; en
- 2, 10 van de Opiumwet.