Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2025:2179

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
10 april 2025
Publicatiedatum
9 april 2025
Zaaknummer
WR 25/006
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid in stalkingzaak

In deze zaak diende verdachte een wrakingsverzoek in tegen de oudste rechter van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Oost-Brabant. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid tijdens de zitting van 27 februari 2025, waarin de rechter volgens de verdediging een oordeel zou hebben geveld door te concluderen dat waar verdachte is, het slachtoffer ook is.

Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 20 maart 2025 werd dit nader toegelicht, waarbij ook werd aangevoerd dat het proces-verbaal niet conform het wrakingsprotocol zou zijn opgemaakt. De oudste rechter ontkende partijdigheid en stelde dat zijn vragen en opmerkingen waren gebaseerd op het dossier, met name de aangifte van het slachtoffer en haar logboek.

De wrakingskamer oordeelde dat geen van beide lezingen van de zinsnede een schijn van vooringenomenheid oplevert. De opmerkingen van de rechter werden gezien als een samenvattende afronding van het gesprek over het dossier. Tevens werd geoordeeld dat het proces-verbaal niet relevant was voor de beoordeling van het wrakingsverzoek.

Gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen, wees de wrakingskamer het verzoek af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de oudste rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK Oost-Brabant

Wrakingskamer
zaaknummer: WR 25/006
Beslissing van 10 april 2025
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 512 van Pro het wetboek van strafvordering (Sv) van
[verdachte],
hierna te noemen: verzoeker,
bijgestaan door mr. L.P.H. Hameleers
strekkende tot de wraking van
mr. A. Wolfs,
(oudste) rechter van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1
Verzoeker is verdachte in de zaak met parketnummer 01-289027-23. Deze strafzaak is behandeld op de zitting van de meervoudige strafkamer van 27 februari 2025.
1.2
De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek was op 20 maart 2025. Daarbij waren aanwezig: verzoeker en zijn raadsman. De rechter heeft zich schriftelijk afgemeld.
1.3
Verzoeker en zijn advocaat hebben tijdens de mondelinge behandeling het wrakingsverzoek toegelicht.

2.Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter daarop

2.1
Op 27 februari 2025 vond de mondelinge behandeling plaats van de strafzaak tegen verzoeker. In deze zaak gaat het om een verdenking van stalking. Tijdens de feitenbespreking ondervroeg de (oudste) rechter verzoeker naar aanleiding van wat is opgenomen in de dossierstukken.
2.2.
De wrakingsgrond is dat de (oudste) rechter tijdens de feitenbespreking, volgens de verdediging, een oordeel heeft gegeven, namelijk door de conclusie te trekken dat waar verzoeker is, het slachtoffer ook is. Die conclusie kan de (oudste) rechter volgens verzoeker niet uitspreken omdat hij daarmee al zegt hoe zij er over denkt.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek is verder aangevoerd dat het proces-verbaal niet volgens de regels van het wrakingsprotocol is opgemaakt.
2.4.
Uit de reactie van de (oudste) rechter van 10 maart 2025 maakt de wrakingskamer op dat hij niet berust in het wrakingsverzoek. De (oudste) rechter geeft verder aan dat de door hem aan verzoeker gestelde vagen en de richting verzoeker gemaakte opmerkingen zijns inziens geen blijk geven van rechterlijke partijdigheid. De (oudste) rechter heeft naar eigen zeggen de lijn van de aangifte van de vrouw benoemd onder verwijzing naar de aangifte van de vrouw en haar logboek. De opmerkingen van de (oudste) rechter waren volgens hem in lijn met die aangifte en dat logboek. In dat kader moeten deze vragen en opmerkingen dan ook gewogen worden volgens de (oudste) rechter.

3.De beoordeling

3.1
Op grond van artikel 512 Sv Pro kan een rechter alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
Ondervraging
3.2
Verzoeker is het oneens met de weergave in het proces-verbaal van de zitting van wat de (oudste) rechter heeft gezegd. In het proces-verbaal staat het volgende: “Ik hou voor dat uit de aangifte een lijn naar voren komt dat het slachtoffer verdachte vaak tegenkomt.”
Door verzoeker wordt gesteld dat door de (oudste) rechter gezegd is: “Ik concludeer waar mevrouw is, bent u ook.” In zijn nadere toelichting van 17 maart 2025 stelt verzoeker dat de (oudste) rechter heeft gezegd “trek ik de conclusie (…).” In het door verzoeker overgelegde krantenartikel van 28 februari 2025 van het Eindhovens Dagblad over de mondelinge behandeling schrijft de journalist dat het volgende is gezegd: “Uit het dossier trek ik de conclusie dat u altijd op dezelfde plek bent als het slachtoffer.” Volgens verzoeker kan de wrakingskamer niet uitgaan van de juistheid van de bewoordingen uit het proces-verbaal, nu dit proces-verbaal pas na de zitting is opgemaakt (wat niet conform het wrakingsprotocol is) en het proces-verbaal is ondertekend door de gewraakte rechter.
Verzoeker heeft de voorzitter van de meervoudige strafkamer verzocht om het proces-verbaal te rectificeren. Bij elektronisch bericht van 12 maart 2025 is aan verzoeker meegedeeld dat zijn weergave van wat gezegd is aan het proces-verbaal wordt gehecht en dat het proces-verbaal zelf niet wordt herzien.
3.3.
De wrakingskamer is van oordeel dat in het midden kan blijven welke woorden de (oudste) rechter precies heeft gebruikt. Uit geen van beide lezingen van wat is gezegd op de zitting blijkt naar het oordeel van de wrakingskamer (de schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Zijn opmerking sluit - in beide varianten - aan op de gegevens uit het dossier, en in het bijzonder het proces-verbaal van aangifte. De wijze waarop dat door de (oudste) rechter voorafgaand aan diens gewraakte opmerking werd voorgehouden kan niet anders worden gezien als samenvattende afronding van het gesprek over het dossier tot dat punt. Als al moet worden uitgegaan van het gebruik van het woord “conclusie” dan zegt dat niets over de weging van die feiten met betrekking tot de bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Bovendien geldt dat de verdediging nog feiten en omstandigheden kon aanvoeren op grond waarvan verzoeker vindt dat deze conclusie andersluidend moet zijn. Uit het voorgaande kan geen vooringenomenheid danwel de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor worden afgeleid.
Opmaak proces-verbaal
3.4
Nu de wrakingskamer in het midden laat welke woorden de (oudste) rechter heeft gebezigd, behoeft de vraag in hoeverre het proces-verbaal in strijd met het wrakingsprotocol is opgemaakt en ondertekend geen beantwoording.
3.5.
Al het voorgaande overziend zal de rechtbank het wrakingsverzoek afwijzen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
wijst het verzoek tot wraking van de (oudste) rechter af.
Deze beslissing is gegeven door mr. F. Kooijman, voorzitter, mr. A.H.J.J. van de Wetering en mr. M. de Vries, leden, in tegenwoordigheid van, mr. F.L. van Huijkelom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.