Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
De bewijsoverwegingen.
- Verdachte heeft zich op vanaf 8 oktober 2023 bezig gehouden met het regelen van een schietklaar vuurwapen met munitie;
- Verdachte heeft eerder op de dag van het schietincident een bericht met een ondubbelzinnige doodsbedreiging verstuurd naar aangever;
- Verdachte is tenminste één uur lang met een vuurwapen gaan wachten nabij de woning waar aangever zich op dat moment bevond;
- Kort nadat aangever naar buiten was gekomen uit de woning op [adres 3] , en terwijl aangever in gevecht was met medeverdachte, is verdachte rechtstreeks op aangever afgerend en heeft drie maal geprobeerd met dat wapen gericht op aangever te schieten, waarbij het wapen slechts een maal afging en hij (dus) tot twee maal toe het vuurwapen opnieuw moet hebben doorgeladen.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
- een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr);
- een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex. artikel 38z Sr;
- een contactverbod met aangever en een locatieverbod voor zijn woning in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel ex. artikel 38v Sr, voor de duur van vijf jaren, met 30 dagen vervangende hechtenis bij iedere overtreding en een maximum van zes maanden.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .
- materiële kosten, te weten medische kosten (toekomstige schade, eigen risico);
- post 2: smartengeld: € 6.500,00.