In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Oost-Brabant het beroep van eiseressen tegen het besluit van het UWV om werkneemster geen IVA-uitkering toe te kennen. Werkneemster ontvangt een WGA-uitkering, maar eiseressen stellen dat haar volledige arbeidsongeschiktheid duurzaam is vanwege medische en functionele beperkingen.
De rechtbank stelt vast dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam zou zijn, met name omdat de verzekeringsarts niet concreet heeft toegelicht hoe de verhoogde recuperatiebehoefte zich zal ontwikkelen en hoe de belastbaarheid kan verbeteren. De deskundige benoemt dat autisme een aangeboren aandoening is met blijvende beperkingen, en dat de vermoeidheidsklachten en sociale beperkingen duurzaam zijn.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het eerdere besluit, waarbij zij bepaalt dat werkneemster met ingang van 17 september 2021 recht heeft op een IVA-uitkering. Tevens veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak is gedaan door rechter G. de Jong op 4 april 2025.