Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
8 januari 2024 heeft het college dit verzoek afgewezen. Met het bestreden besluit van
9 juli 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij deze afwijzing gebleven.
Beoordeling door de rechtbank
Nadat het college heeft vastgesteld wat naar haar oordeel nodig is gelet op de betrokken verkeersbelangen, moet het de uitkomst van die beoordeling afwegen tegen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het besluit. Bij die afweging heeft het college beleidsruimte. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de (uitkomst van de) belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit niet onevenredig is in verhouding tot de met dat besluit te dienen belangen. [2]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eiseres moet terugbetalen;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.
P.L.M.M. Mulders, griffier.