Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 maart 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [vestigingsplaats] , verzoekster
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister
Inleiding
Wat aan het verzoek vooraf is gegaan
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Ten aanzien van alle vier getuigenverklaringen
Verklaring getuige 1 ( [naam] )
Verklaring getuige 2 ( [naam] )
Verklaringen getuige 3 ( [naam] ) en getuige 4 ( [naam] )
Gisteren heb ik een bestelling met de fiets gebracht, vandaag heb ik alleen in het restaurant meegeholpen.(…) Als ik iets voor het restaurant heb klaargemaakt dan breng ik het naar het restaurant en zet het daar op de balie. Andere werknemers serveren het uit. Alleen vandaag heb ik het zelf naar de klanten aan de tafel in het restaurant gebracht(…)”.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
BIJLAGE
2 Als overtreding wordt tevens aangemerkt het door de werkgever desgevraagd niet of niet tijdig aan de toezichthouder verstrekken van:
, dan wel andere bescheiden waaruit de in dat artikel voorgeschreven gegevens blijken;
zijn ingehouden op of verrekend met het minimumloon;
de volgende gegevens blijken:
1°.de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in dat artikel;
2°.de omvang van de productie van de werknemer, waar nodig uitgesplitst naar de verschillende onderdelen per stukloonnorm op grond vanartikel 12a, derde lid
, die hierop van toepassing is, in een uitbetalingstermijn;
de volgende gegevens blijken:
1°.de periode waarin de langere feitelijke arbeidsduur is ontstaan;
2°.de omvang van de langere feitelijke arbeidsduur;
3°.het tijdstip waarop de langere feitelijke arbeidsduur is gecompenseerd in betaalde vrije tijd of giraal is uitbetaald;
4°.de omvang van de langere feitelijke arbeidsduur in gecompenseerde tijd en de hoogte van de giraal uitbetaalde langere feitelijke arbeidsduur.”
1 Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar kan, nadat een overtreding van een voorschrift bij of krachtens deze wet is geconstateerd die bestuurlijk beboetbaar is gesteld, aan de werkgever een schriftelijke waarschuwing geven dat bij herhaling van de overtreding of bij een latere overtreding van eenzelfde in de waarschuwing aangegeven wettelijke verplichting of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen, door hem een bevel kan worden opgelegd dat door hem aangewezen werkzaamheden voor ten hoogste drie maanden worden gestaakt dan wel niet mogen worden aangevangen. Artikel 18a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
1 De door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 18a, eerste en tweede lid, of 18c, eerste lid, maken het feit dat een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van deze wet als bedoeld in artikel 18b, eerste en tweede lid, dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 18i, tweede lid, of dat na een afgerond onderzoek geen overtreding is geconstateerd openbaar teneinde de naleving van deze wet te bevorderen en inzicht te geven in het uitvoeren van het toezicht op grond van deze wet.