Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek en de reactie daarop van de rechter
lachgas” gebruikt en niet steeds “
vermeend lachgas”. Ook heeft de rechter voorgehouden dat verzoeker heeft erkend dat het om lachgas ging. Toen mr. Kersemaekers dit ter sprake bracht, onderbrak de rechter hem en zei dat hij al een heel pleidooi aan het houden was terwijl daar het moment nog niet voor was aangebroken. Daarna ging ze verder met het proces-verbaal over de gasflessen. Er ontstond volgens mr. Kersemaekers dus een voldongen feit dat verzoeker zou hebben bekend dat het om lachgas ging en mr. Kersemaekers heeft in de strafzaak maar één verweer, namelijk dat het géén lachgas was.