De rechtbank Oost-Brabant heeft op 20 november 2024 uitspraak gedaan in een meervoudige strafzaak tegen verdachte, die werd vervolgd voor meerdere feiten gepleegd in Eindhoven in 2023 en 2024. De tenlastelegging omvatte onder meer diefstal van een verpakking Tuc, belediging van meerdere ambtenaren in functie, wederspannigheid jegens politieambtenaren en vernieling van een politiecel.
Tijdens de zittingen op 18 september en 6 november 2024 heeft de rechtbank alle feiten onderzocht en de zaken samengevoegd. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan diefstal, belediging (meermalen), wederspannigheid en vernieling. De bedreiging met woorden die zouden wijzen op het toebrengen van aids werd echter niet bewezen geacht omdat deze geen redelijke vrees kon veroorzaken.
De officier van justitie eiste een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar vanwege de recidive en het hoge risico op herhaling. De rechtbank volgde dit standpunt, mede op basis van een reclasseringsrapport dat het recidiverisico als hoog inschatte en constateerde dat eerdere gevangenisstraffen niet tot gedragsverandering hadden geleid. De rechtbank wees het verzoek van de verdediging voor een voorwaardelijke ISD-maatregel af en legde de maximale termijn van twee jaar op.
Daarnaast wees de rechtbank twee vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke veroordelingen af vanwege de oplegging van de onvoorwaardelijke ISD-maatregel. De uitspraak is gewezen door drie rechters en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.