ECLI:NL:RBOBR:2024:5553
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in bestuursrechtelijke pensioenzaak
Verzoeker, eiser in een bestuursrechtelijke procedure tegen de Sociale Verzekeringsbank over de hoogte van zijn pensioen, heeft tijdens de mondelinge behandeling van zijn zaak op 16 mei 2024 de rechter gewraakt. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op een brief waarin verzoeker beschuldigingen uitte van criminele activiteiten en ambtsmisdrijven, zonder concrete feiten te noemen.
De rechter heeft in haar reactie op het verzoek aangegeven niet te berusten in het wrakingsverzoek. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De kamer oordeelde dat het enkele feit dat de rechter weigerde de officier van justitie te instrueren tot vervolging geen aanleiding geeft tot het vermoeden van partijdigheid. Ook bevatte de brief van verzoeker geen concrete feiten die een vooringenomenheid van de rechter kunnen aantonen. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen zonder mondelinge behandeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.