Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Beoordeling van het bewijs.
De bewijsmiddelen.
Eén van die twee jongens is uiteindelijk gestoken. Ik zag dat hij ook een stok/bezemsteel bij zich had. Ze liepen naar die vier jongens met de scooter.
Die jongen met de stok die ging er gelijk in en maakte een slaande beweging met de stok.
Twee andere jongens met een scooter zijn langs zijn woning gereden. Twee jongens zeiden: gaan we een steen gooien. Toen zijn die slachtoffers naar buiten gekomen. Eentje met een stok. Ik stond op het veldje met die drie andere jongens. Toen kwamen ze op ons af en begonnen ze al met vechten. Daarna zijn twee man op [slachtoffer 1] gegaan en één op die andere.
Het chatgesprek gaat tussen de volgende twee personen;
[gebruikersnaam van medeverdachte 1] en [gebruikersnaam van medeverdachte 3] .
Uit dit chatgesprek en de informatie die reeds binnen dit onderzoek bekend is, is op te maken dat het gaat over slachtoffer [slachtoffer 1] en over het in de avond langsgaan bij slachtoffer in Orthen, een wijk in 's-Hertogenbosch waar slachtoffer op dat moment verbleef.
Verder gaat het over:
- Dat [medeverdachte 1] in de middag een ontmoeting heeft gehad met slachtoffer [slachtoffer 1] .
- Dat [medeverdachte 2] vraagt of ze meegaan naar "die Osso".
- Dat ze weten dat slachtoffer op de Orthen is.
- Dat ze rond 6 uur willen gaan,
- Dat [verdachte] ook mee gaat.
- Dat [medeverdachte 3] met [medeverdachte 2] samen is.
- Dat ze met zijn vieren gaan.
- Dat [medeverdachte 1] zegt "zou wel iets meenemen.
- Dat [medeverdachte 3] zegt “Mes" "grote".
- Dat [medeverdachte 1] zegt "kleine als er camera zijn zie je niks.
Het chatgesprek gaat tussen de volgende twee personen;
[gebruikersnaam van medeverdachte 3] = Owner [gebruikersnaam van medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] )
[gebruikersnaam van medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] )
In dit gesprek vraagt [medeverdachte 3] of [medeverdachte 2] hem wil ophalen in de avond. Later vraagt [medeverdachte 2] of [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] ook heeft gesnapt (Snapchat). [medeverdachte 3] zegt ja. Later vraagt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 3] of [medeverdachte 1] er al is.
De bewijsbeslissing.
Bewezenverklaring van feit 2 (openlijke geweldpleging).
De bewezenverklaring.
het bovenbeen van voornoemde [slachtoffer 1] te steken en
schoppen/trappen en
schoppen/trappen.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straffen en maatregelen
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
Verdachte en zijn mededaders hebben hem doelbewust opgezocht en uitgelokt om naar buiten te komen waar vervolgens een gevecht van vier tegen twee ontstaat en de groep van verdachte ook gebruik maakt van (een) steekwapen(s). Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het aandeel van de benadeelde partij in het ontstaan van de schade zodanig beperkt, dat matiging van de schadevergoeding niet aan de orde is.